Gebruiken geschikte arbeidsmiddelen rioleringsbeheer

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Beschrijving van de maatregel: 

In algemene zin is het van belang geschikte apparatuur te gebruiken. Dit betekent ondermeer vermijden van vlambogen, kortsluiting, isolatiefouten, overbelasting en onderkoeling. Enerzijds is hiervoor ontwerp, aanleg en onderhoud van belang. Anderzijds is in het directe gebruik de keuze van bijvoorbeeld gereedschap en de wijze waarop dat gebruikt wordt van belang. Bovendien mag alleen personeel dat voldoende bekwaam is onderstaande arbeidsmiddelen gebruiken.

Wat is verplicht?

Elektrische apparatuur
  • In een vochtige ruimte is elektrische apparatuur spatwaterdicht uitgevoerd.

  • Verplaatsbaar elektrisch materieel moet in beginsel zijn uitgevoerd met een ingebouwde voeding (accu).

  • Als een ingebouwde voedingsbron niet mogelijk is, wordt gebruikt gemaakt van een veiligheidstransformator (SELV-keten) met een veilige spanning van maximaal 50V wisselspanning of maximaal 120V gelijkspanning. De veiligheidstransformator wordt buiten de besloten ruimte opgesteld.

  • Als een veiligheidstransformator niet mogelijk is, dan wordt gebruik gemaakt van een scheidingsstrafo (S-keten). Hierop mag maximaal één stuk elektrisch gereedschap op worden aangesloten dat dubbel geïsoleerd is (klasse II).

  • Elektrische apparatuur die in het water wordt gebruikt, mag een spanning hebben van maximaal 12V wisselspanning of 25V gelijkspanning.

  • Elektrische apparatuur met een stekker moet bij de betredingsopening kunnen worden uitgeschakeld door de veiligheidswacht.

  • Apparatuur welke niet wordt gebruikt in de besloten ruimte dient niet in de nabijheid van de invoer of afvoer van de besloten ruimte te staan en op een afstand van 10 m dwars op de windrichting te zijn geplaatst bovenwinds ten opzichte van de besloten ruimte

Las- en snijgereedschap
  • Gas- en zuurstofflessen en verdeelstukken van centrale gas- en zuurstofsystemen mogen niet in de besloten ruimte geplaatst worden

  • Bij het stoppen van de werkzaamheden dient de apparatuur uitgezet/veiliggesteld te worden

  • De brander dient uit de ruimte verwijderd te worden

  • De gas- en zuurstoffles moeten zijn voorzien van een klep die sluit bij het lek raken van een slang

  • Bij elektrisch lassen mag alleen gebruik worden gemaakt van gelijkstroom van een lasdynamo of wisselstroom van lastransformator. De secundaire spanning mag bij een onderbroken lasstroom niet meer bedragen dan 50V.

Uitzondering explosieveilige apparatuur

Bij een gasconcentratie kleiner dan 10% LEL mogen werkzaamheden worden uitgevoerd, waarbij een ontstekingsbron aanwezig is. Gebruik van niet-explosieveilige apparatuur, zoals elektrisch gereedschap en ventilatoren, in besloten ruimten is toegestaan indien uit een vrijgavemeting en tijdens de werkzaamheden continue gasmeting blijkt dat de atmosfeer onder de 10% LEL blijft.

Pneumatische of hydraulische apparatuur mag in een besloten ruimte wel worden toegepast.

Beoogd effect: 

Het voorkomen van brand, explosie en elektrocutiegevaar bij het werken in besloten ruimten en bij een combinatie van water en elektrische gereedschappen.

Meer informatie: 
Wet- en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 7.3 inzake Geschiktheid arbeidsmiddelen
  • Artikel 7.4 inzake Deugdelijkheid arbeidsmiddelen en ongewilde gebeurtenissen
  • Artikel 7.6 lid 1 inzake Deskundigheid werknemers

Warenwetbesluit explosieveilig materieel