Als de technische en andere organisatorische maatregelen niet voldoende effect hebben, dan moet het aantal blootgestelde werknemers en/of de blootstellingsduur worden beperkt. Door zo min mogelijk medewerkers bij het storten van afval toe te laten, wordt het risico op ongevallen bij hoogteverschil kleiner. Alleen bevoegde personen met een werktaak ter plekke mogen zich in de directe omgeving van een stortgat, een bunker, een put, een verhoogd perron bevinden.
De chauffeur dient buiten de cabine alleen taken nabij de wagen uit te voeren uit te voeren met een veilige werkmethode zonder gevaar voor vallen bij hoogteverschil. Bijrijders blijven veilig in de cabine en verlaten deze niet.
Iedereen dient een afstand van minstens 4 meter tot het hoogteverschil te houden. Deze plek met hoogte verschil dient duidelijk gemarkeerd te zijn. Aanwezigheid binnen de twee meter zone is slechts toegestaan, indien voldoende maatregelen zijn genomen om gevaar voor vallen bij hoogteverschil te voorkomen. Er is keuze uit bijvoorbeeld:
- afzetten met een hekwerk, reling of slagboom
- afdekken met een deksel, schotten of iets dergelijks
- een bedieningsplaats met effectieve beveiliging
De medewerkers die in de nabijheid van het hoogteverschil moeten zijn, dienen zich te houden aan de ter plaatse geldende regels van het bedrijf.
Beperken van de duur van blootstelling en het aantal blootgestelde werknemers is een organisatorische maatregel waarmee werknemers minder lang worden blootgesteld aan een gevaar.
- artikel 3.2 Arbobesluit inzake Algemene vereisten arbeidsplaatsen
- Artikel 3.15 Arbobesluit inzake Markering gevaarlijke plaatsen