Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Er is inhoudelijke overeenstemming tussen werknemers en werkgevers over deze Maatregel

Biologisch actief stof (B)

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Bij het bewerken van huishoudelijk en bedrijfsafval komen medewerkers in contact met biologisch actief stof, vooral bij het verwerken van swill (restaurantafval), het handmatig sorteren van afval, en ook bij het storten, verkleinen, zeven en overslaan van afval. De werkgever moet maatregelen nemen om blootstelling aan biologisch actief stof te voorkomen of te beperken indien de blootstelling eraan te hoog is. Bij de afvalbewerking is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van stof is ondermeer afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof. De volgende ziekteverwekkende micro-organismen zijn in afval te verwachten: Campylobacter, Salmonella, Toxocara canis, Toxoplasma Gondii, de schimmelssoorten Penicillium en Aspergillus, Yersina, Tetanus en micro-organismen uit dierlijk weefsel, dierlijke bijproducten, dierlijke faeces van huisdieren, groentenresten, fruitafval, tuinafval, voedselresten en dergelijke en uiteraard micro-organismen die behoren tot de productieprocessen van een afvalontdoener.

Handelingen met blootstelling

Verschillende afvaltypen worden gescheiden ingezameld zoals klein chemisch of gevaarlijk afval en organisch afval, blik- en glasafval en oud papier. Elk type afval kan bij de verwerking ervan specifieke gezondheidsrisico’s meebrengen ten aanzien van endotoxinen en micro-organismen die zich in specifieke afvalstromen bevinden (onderstaande afvalstromen zijn mede gebaseerd op: bijlage 2 van AI-blad-9 Biologische agentia):

  • Plastic, Metaal en Drankkartons (PMD)
    Uit gescheiden inzameling van PMD of nascheiding met een sorteerinstallatie voor verpakkingsmateriaal ontstaan verschillende fracties verpakkingsmateriaal zoals kunststof verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons. Bij het handmatig behanden van deze afvalfracties in sorteerinstallaties is het belangrijkste risico het oplopen van een infectie door snij- of prikverwondingen. De bron van biologische agentia in dit materiaal zijn de hoge concentraties schimmels, bacteriën, endotoxinen en stof die in drank- en voedselresten ontstaan.
  • Glas en blik
    Glasafval wordt (handmatig) gesorteerd op kleur. Papier van blikken wordt handmatig verwijderd. Het belangrijkste risico voor verwerkers van glas- en blikafval lijkt infectie van bij het werk opgelopen snijwonden te zijn. Van infecties zijn voedselresten de belangrijkste bron.
  • Oud papier
    Bevuild papier en karton kunnen hoge concentraties micro-organismen bevatten, met name Gram-negatieve bacteriën waarbij blootstelling aan endotoxinen relevant is.
  • Restafval
    De belangrijkste bronnen van micro-organismen zijn wegwerpluiers, faecaliën van huisdieren (honden en katten) en voedselresten die zijn achtergebleven in verpakkingsmateriaal. Dit kan resulteren in hoge concentraties schimmels, bacteriën, endotoxinen en stof naast de potentiële aanwezigheid van injectienaalden en andere scherpe voorwerpen met kans op prikaccidenten.
  • Afval van dierlijke herkomst (destructiebedrijven)
    Werknemers die betrokken zijn bij het transport en de overslag van kadavers kunnen worden blootgesteld aan diverse ziekteverwekkers zoals miltvuur, brucellose, Q-koorts, vlekziekte, streptokokkenmeningitis, maagdarmklachten als gevolg van besmetting met darmpathogenen en ringworm, maar direct contact met de kadavers wordt effectief beheerst door mechanisatie van de werkzaamheden.
  • Ziekenhuisafval met humaan materiaal
    Blootstelling aan ziekenhuisafval met menselijk materiaal dat bijvoorbeeld bij operaties verwijderd weefsel, humane celkweken, met bloed gecontamineerde injectiespuiten, gebruikt verband en dergelijke is niet te verwachten omdat dit afval in lekvrije vaten naar een speciale verwerkingsinstallatie voor ziekenhuisafval wordt getransporteerd.

Functies met blootstelling

De momenten waarop tijdens de bewerking blootstelling aan biologisch actief stof kan plaatsvinden zijn:

  • bij storten van afval op de verwerkingslocatie
  • rondom specifieke machines waaronder verkleiners, luchtscheiders en zeven
  • aersolvorming bij verneveling van water om stofverspreiding te voorkomen
  • verlading van eindproducten in containers en vrachtwagens
  • acceptant bij controleren van en monstername uit aangevoerde vracht afval
  • medewerker buitenterrein langdurige blootstelling
  • shovelmachinist, kraanmachinist bij incidentele, kortdurende handelingen buiten de cabine
  • operator schredder zonder cabine langdurige blootstelling
  • handmatig sorteerder van diverse afvalstromen
  • handpicking sorteerband zonder cabine langdurige blootstelling, die hoog is bij het verwerken van bouw- en sloopafval
  • uitblazen en vervanging van stoffilters van arbeidsmiddelen en installaties
  • onderhoudspersoneel van arbeidsmiddelen en voertuigen en installaties waaronder afzuiginstallaties en stoffilters in hallen
  • analist monster van aangevoerd afval

Tevens is (secundaire) blootstelling mogelijk bij het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding, onzorgvuldig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, onvoldoende onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen, niet ontsmetten of reinigen van werkkleding, bij verplaatsen van vervuilde werkkleding naar schone ruimtes, contact met andere medewerkers en dergelijke.

Gezondheidseffecten

De blootstelling van medewerkers is met name via inademing van stof en in mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij een neerwaarts gerichte luchtstroom (zogenoemde down-flow ventilatie) en bij werkzaamheden in de buitenlucht lager dan in een hal vanwege de vermenging met schone lucht.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen werkkleding op het bedrijfsterrein en in installaties
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Vermijden van stof aan de bron
  • Aanbrengen van afgezogen omkasting
  • Afschermen van transportbanden
  • Ventileren van hallen
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Bij gebruik van arbeidsmiddelen zoals shovels en compactors:

  • gebruiken van overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen

Bij handmatig sorteren van afvalstromen:

  • toepassen van sorteercabine

Indien direct contact met afval mogelijk is:

Voor de beheersing van de legionellabacterie:

Indien persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn om de blootstelling voldoende te beheersen:

  • Gebruiken adembeschermingstofblootstelling
  • Gebruiken persoonlijke beschermingmiddelen
  • Voorlichten over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

Indien van toepassing:

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 4.1 t/m 4.5 en 4.10a t/m 4.10d Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen

  • Artikel 4.84 Arbobesluit inzake Biologische agentia, celculturen en micro-organismen
    Categorie-indeling conform Bijlage III van Richtlijn 2000/54/EG Europese lijst van geclassificeerde micro-organismen
  • Artikel 4.85 Arbobesluit inzake Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 4.86 lid 2 of lid 3 Arbobesluit inzake Gevolgen categorie-indeling
  • Artikel 4.105 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia\
  • Artikel 4.109 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden enkele biologische agentia

Conform artikel 4.86 lid 2 zijn in het geval van werk in 'afvalverwerkingsbedrijven' de volgende artikelen van toepassing:

  • Artikel 4.87 Arbobesluit inzake Voorkomen van blootstelling; vervangen
  • Artikel 4.87a Arbobesluit inzake Voorkomen of beperken van blootstelling
  • Artikel 4.89 Arbobesluit inzake Hygiënische beschermingsmaatregelen
  • Artikel 4.91 Arbobesluit inzake Onderzoek en vaccins
  • Artikel 4.93 Arbobesluit inzake Overige informatie
  • Artikel 4.95 Arbobesluit inzake Ongevallen of incidenten
  • Artikel 4.102 Arbobesluit inzake Voorlichting en onderricht

Conform artikel 4.86 lid 3 wordt, indien uit de resultaten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, blijkt, dat werknemers bij het verrichten van werkzaamheden geen 'gerede kans' lopen op blootstelling aan biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 bij de arbeid de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht genomen en worden de noodzakelijke hygiënische voorzieningen getroffen.

Bij verplichting tot het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Norm NEN4444:2010nl Overdrukfiltersystemen - Eisen voor ontwerp, leveringsvoorwaarden, installatie en gebruik

  • NEN-EN14031 Werkplekatmosfeer - Meting van in de lucht aanwezige endotoxine: streefwaarde < 135 EU/m³, actiewaarde tussen 135 en 450 EU/m³ en verbodswaarde > 450 EU/m³

  • Er zijn geen wettelijke grenswaarden vastgesteld voor de blootstelling aan biologische agentia.

  • RIVM, 2012, Briefrapport Classificatie van biologische agentia. Het RIVM constateert dat de Europese lijst met classificaties verouderd is en geactualiseerd en uitgebreid zou moeten worden.

Meer informatie: 

Mentale belasting en andere werkdruk

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Mentale belasting ontstaat door werkdruk en ongewenste omgangsvormen zoals seksuele intimidatie, pesten en discriminatie. Deze en andere vormen van mentale belasting zoals het ervaren van een te grote verantwoordelijkheid, kunnen leiden tot werkstress die herkenbaar is als gezondheidsschade in de vorm van bijvoorbeeld hoofdpijn, oververmoeidheid, burnout en hart- en vaatziekten.

Mentale belasting komt bij het inzamelen van afval voor bij zijbelading waarbij een belader alleen werkt. De belader heeft tijdens het beladen geen zicht op de chauffeursplek en moet in zijn eentje veel verschillende taken uitvoeren. De belader zorgt voor het legen van containers en houdt de verkeersveiligheid in de gaten. Er is geen aanspraak van en samenwerking met collega's. Er zijn omstandigheden waarin een onoverzichtelijke situatie ontstaat bijvoorbeeld als er geen zicht is waar omstanders lopen.

Definities

De wetgever geeft de navolgende definities met korte toelichting.

  • Seksuele intimidatie

Onder seksuele intimidatie wordt verstaan enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd. Onder seksuele intimidatie kunnen vallen:
Dubbelzinnige opmerkingen, pornografische of pornografisch getinte plaatjes op het werk, onnodig aanraken, gluren, seksuele chantage, promotie en beslissingen laten afhangen van seksuele handelingen, aanranding en verkrachting.

  • Pesten

Onder pesten wordt verstaan alle vormen van intimiderend gedrag met een structureel karakter, van een of meerdere werknemers (collega’s, leidinggevenden) gericht tegen een werknemer of een groep van werknemers die zich niet kan of wil verdedigen tegen dit gedrag. Van belang bij pesten is het dat het niet gaat om een eenmalige gedraging. Het vertoonde gedrag moet zich herhalen om het onder het onderwerp pesten te kunnen scharen. Daarbij zijn altijd de volgende rollen aan te wijzen: slachtoffer(s), pester(s), omstander(s) en doorbreker(s) (medewerkers die het pesten aanhangig maken).

  • Discriminatie

Discriminatie is het ongelijk behandelen en achterstellen van mensen op basis van kenmerken die er niet toe doen. Denk aan afkomst, sekse, huidskleur, seksuele voorkeur, leeftijd, religie, politieke voorkeur, handicap of chronische ziekte, ongelijke beloning.

  • Werkdruk

Er is sprake van werkdruk als een werknemer niet kan voldoen aan de gestelde kwalitatieve en kwantitatieve taakeisen. Met taakeisen worden bedoeld de eisen die aan het werk gesteld worden. Ook te lage werkdruk kan negatieve gevolgen hebben voor werkstress. Het ervaren en omgaan met werkdruk is heel persoonlijk. De ene medewerker kan beter met werkdruk omgaan dan de andere. Daarnaast spelen regelmogelijkheden (zeggenschap) over het werk een grote rol bij het voorkomen van werkdruk.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever neemt in elk geval de volgende verplichte maatregelen; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Paragraaf Wat is verplicht? van Beschrijven psychosociale arbeidsbelasting en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over mentale belasting
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Communiceren en alarmeren bij psychosociale arbeidsbelasting (psa)
  • Aanstellen van vertrouwenspersoon
  • Opvangen slachtoffer en nazorg verlenen na incident
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Beperken mentale belasting
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Het voeren van een beleid ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 9 Arbowet lid 2 en 3 inzake Melding en registratie van arbeidsongevallen en beroepsziekten

Arbeidstijdenwet

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 2.15 Arbobesluit inzake Maatregelen ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting

Besluiten op basis van Arbeidstijdenwet

Zie samenvatting rij-, rust- en arbeidstijden voor de afvalbranche die is gebaseerd op de volgende regelingen:

  • Arbeidstijdenbesluit geldend voor niet-rijdend personeel, chauffeurs van een bestelwagen met laadvermogen tot 500 kg en van Verordening EG/561/2002 en Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atb - Vervoer) vrijgestelde vrachtwagens
  • Arbeidstijdenbesluit vervoer geldend voor bemanning - chauffeur en bijrijder - van een vrachtwagen met laadvermogen van meer dan 500 kg en minder dan 3500 kg toegelaten massa op het kentekenbewijs
  • Arbeidstijdenbesluit vervoer inclusief Verordening EG/561/2002 en EU/165/2014 geldend voor bemanning - chauffeur en bijrijder - van een vrachtwagen met maximum toegelaten massa vanaf 3500 kg op het kentekenbewijs tenzij hiervan vrijgesteld voertuig

Overige wet- en regelgeving

  • Wegenverkeerswet 1994
  • Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
  • CAO Grondstoffen, Energie en Omgeving
  • CAO Beroepsgoederenvervoer en verticaal transport
Meer informatie: 

Agressie en geweld

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Onder agressie en geweld wordt verstaan voorvallen waarbij een werknemer psychisch of fysiek wordt lastig gevallen, bedreigd of aangevallen onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met het verrichten van arbeid. Ook bedreigingen aan het privé front en thuisadres behoren tot het thema agressie en geweld tijdens het werk. 

Agressie en geweld leidt tot werkstress dat tot ernstige gezondheidsschade leiden zoals psychische klachten, overspannenheid, burnout en hart- en vaatziekten. Fysieke agressie kan behalve tot stress ook leiden tot lichamelijk letsel. Tot agressie en geweld behoort onacceptabel gedrag zoals schreeuwen, uitschelden, schoppen, slaan, spugen en dergelijke. Dit onderdeel van de arbocatologus richt zich specifiek op het risico Agressie en geweld. Agressie en geweld valt onder de verzamelnaam psychosociale arbeidsbelasting naast werkdruk en de ongewenste omgangsvormen seksuele intimidatie, pesten en discriminatie.

In de branche zijn er diverse voorbeelden van agressief gedrag die medewerkers van afvalbedrijven in de praktijk meemaken. Bijvoorbeeld op de openbare weg gebeurt het regelmatig dat personeel te maken krijgt met agressieve medeweggebruikers, bijvoorbeeld wanneer zij hinder ervaren doordat de doorgang even is geblokkeerd. Een ander voorbeeld is het personeel op de milieustraat dat te maken heeft met geweld of agressiviteit door klanten. Dit is voornamelijk het geval wanneer personeel moet weigeren afval te accepteren in verband met de aard van het afval of de wijze waarop het afval is aangeboden. Specifiek acceptanten en controleurs in de milieustraat en het KGA-depot alsmede bij diverse afvalbewerkende en -verwerkende activiteiten, kunnen om laatstgenoemde redenen met agressie te maken hebben. Agressie en geweld is niet te verwachten op het eigen bedrijfsterrein dat niet voor publiek toegankelijk is.

Agressie is, net zoals lachen en huilen een uiting van emotie. Een persoon is boos en gedraagt zich in dat geval vijandig. In zo’n geval is het belangrijk de persoon op de juiste manier te woord te staan. Als professional moet je altijd je zelfbeheersing bewaren. Werknemers die merken dat ze emotioneel worden, doen er goed aan om direct de ondersteuning van een collega of baas in te roepen.

Mocht er toch een incident plaatsvinden dan is het doen van aangifte belangrijk. Het kan zijn dat de medewerker (het slachtoffer) geen aangifte wilt doen, bijvoorbeeld uit angst voor rancune, of uit angst om zwak over te komen. De werkgevers in de afvalbranche kunnen het beleid hebben om aangifte te doen vanuit de organisatie, omdat de norm is overschreden; daarbij moet de medewerker wel een verklaring over het incident afgeven al dan niet in persoon. Het is dan niet de medewerker die ‘overgevoelig’ of ‘zwak’ is, maar de organisatie vindt dat het gedrag onacceptabel is. De werkgever geeft via een aangifte een krachtig signaal af dat de organisatie agressie niet normaal vindt.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever neemt in elk geval de volgende verplichte maatreglen; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven psychosociale arbeidsbelasting en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over agressie en geweld
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Communiceren en alarmeren bij psychosociale arbeidsbelasting (psa)
  • Aanstellen van vertrouwenspersoon
  • Paragraaf Wat is verplicht? in Beperken van agressie en geweld
  • Opvangen slachtoffer en nazorg verlenen na incident
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 lid 2 Arbowet inzake Het voeren van een beleid ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 9 Arbowet inzake Melding en registratie van arbeidsongevallen en beroepsziekten

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 2.15 van het Arbobesluit inzake Maatregelen ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting
Meer informatie: 

Voor informatie, advies en hulp bij agressie op het werk kunt u terecht bij verschillende organisaties, zoals:

  • uw leidinggevende, of uw bedrijfsarts of vertrouwenspersoon
  • Slachtofferhulp Nederland met 75 bureaus in Nederland: telefonisch contact via 0900-0101 te bereiken op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties: Agressie en geweld tegen medewerkers met een publieke taak; Aangifte doen namens het bedrijf: werkinstructie voor werkgever en werknemer bij het doen van aangifte of melding. In de werkinstructie wordt de afvalbranche niet expliciet als publieke taak genoemd, maar afvalbedrijven voeren natuurlijk wel degelijk publieke dienstverlening uit.
  • het Juridisch Loket met 30 vestigingen in Nederland; telefonisch contact via 0900-80 20 (€ 0,10 per minuut) te bereiken op maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 20.00 uur
  • Nederlandse Arbeidsinspectie voor het melden van een (dodelijk) arbeidsongeval
  • Nederlandse Arbeidsinspectie voor het melden van oneerlijk, ongezond of onveilig werk

Biologisch actief stof (I)

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Bij het inzamelen van huishoudelijk afval en bedrijfsafval komen medewerkers mogelijk in contact met biologisch actief stof. De werkgever moet maatregelen nemen om blootstelling aan biologisch actief stof te voorkomen of te beperken indien de blootstelling eraan te hoog is. Bij de afvalinzameling is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van stof is ondermeer afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof.

De volgende ziekteverwekkende micro-organismen zijn in ingezameld afval te verwachten: Campylobacter, Salmonella, Toxocara canis, Toxoplasma Gondii, de schimmelssoorten Penicillium en Aspergillus, Yersina, Tetanus en micro-organismen uit menselijke faeces, luiers, dierlijk weefsel, dierlijke bijproducten, uitwerpselen van huisdieren, groentenresten, fruitafval, tuinafval, voedselresten en dergelijke en uiteraard micro-organismen die behoren tot de productieprocessen van een afvalontdoener.

Functies met blootstelling

De momenten waarop medewerkers tijdens de inzameling worden blootgesteld aan biologisch actief stof zijn:

  • Contact met vuile handen tijdens eten, drinken en roken
  • Het controleren van containers op inhoud
  • Het legen van de containers in de hopperbak
  • Het samenpersen van het afval, waarbij afval (stof) kan wegspringen doordat een vuilniszak open springt
  • Het lossen van afval bij de verwerker waar in de storthal een stoffige atmosfeer aanwezig kan zijn
  • Het wassen van het voertuig, waarbij de waternevel voor verspreiding in de lucht zorgt
  • Contact met het percolaatwater
  • Incidenten met afval, zoals snijden aan glas en scherpe voorwerpen, prikken aan naalden en spijkers en het krijgen van vuil (stof) in de ogen

Vuilniszakken, minicontainers, rolcontainers en de hele vuilniswagen zitten vol met stof en micro-organismen, alleen is de blootstelling afhankelijk of de ontvanger met het vocht, stof of vuil in aanraking komt. Uit onderzoek blijkt dat de belader de hoogste blootstelling ondervindt, gevolgd door de chauffeur/belader die rouleert; een medewerker die alleen chauffeert zonder te beladen ondervindt de laagste blootstelling. De blootstelling van beladers is de afgelopen jaren afgenomen als gevolg van de toegenomen mechanisering. Al in de jaren negentig was er bij de afvalinzameling geen noodzaak tot het nauwkeurig monitoren van de stofblootstelling. Desondanks dient stofblootstelling uiteraard zoveel mogelijk te worden vermeden.

Gezondheidseffecten

De blootstelling van medewerkers is met name via inademing van stof en in veel mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij werkzaamheden in de buitenlucht lager dan in een ruimte vanwege de vermenging met schone lucht.

Een laatste opmerking:
Vanwege de tegelijkertijd aanwezige hoge concentratie stof waar afvalinzamelaars aan blootstaan, is de oorsprong van eventuele klachten van de ademhalingswegen vaak niet goed te achterhalen. Echter: aangenomen mag worden dat blootstelling aan schimmels en bacteriën hierbij een rol speelt (Bron: AI-blad-9 - Biologische agentia, bijlage 2, par. 2.7.1 Algemeen).

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen zichtkleding door afvalbeladers
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Aandachtspunt bij het ontwerpen van inzamelsystemen:

  • Vermijden van stof aan de bron

Indien van toepassing:

Voor de beheersing van de legionellabacterie:

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 4.1 t/m 4.5 en 4.10a t/m 4.10d Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen

  • Artikel 4.84 Arbobesluit inzake Biologische agentia, celculturen en micro-organismen
  • Artikel 4.85 Arbobesluit inzake Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 4.86 lid 2 of lid 3 Arbobesluit inzake Gevolgen categorie-indeling
  • Artikel 4.105 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.109 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden enkele biologische agentia

Conform artikel 4.86 lid 2 zijn in het geval van werk in 'afvalverwerkingsbedrijven' de volgende artikelen van toepassing:

  • Artikel 4.87 Arbobesluit inzake Voorkomen van blootstelling; vervangen
  • Artikel 4.87a Arbobesluit inzake Voorkomen of beperken van blootstelling
  • Artikel 4.89 Arbobesluit inzake Hygiënische beschermingsmaatregelen
  • Artikel 4.91 Arbobesluit inzake Onderzoek en vaccins
  • Artikel 4.93 Arbobesluit inzake Overige informatie
  • Artikel 4.95 Arbobesluit inzake Ongevallen of incidenten
  • Artikel 4.102 Arbobesluit inzake Voorlichting en onderricht 

Conform artikel 4.86 lid 3 wordt, indien uit de resultaten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, blijkt, dat werknemers bij het verrichten van werkzaamheden geen 'gerede kans' lopen op blootstelling aan biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 bij de arbeid de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht genomen en worden de noodzakelijke hygiënische voorzieningen getroffen.

Normen, richtlijnen en dergelijke

  • Er zijn geen wettelijke grenswaarden vastgesteld voor de blootstelling aan biologische agentia.

Depot KGA

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Klein gevaarlijk afval (KGA) wordt huis-aan-huis met de chemokar of via het depot KGA van de milieustraat ingezameld. Naast de formele term KGA is deze afvalstroom als klein chemisch afval (KCA) bekend. In dit onderdeel van de arbocatalogus behandelen we de KGA inzameling via de Milieustraat. De inzameling van klein gevaarlijk afval met de chemokar wordt elders in de arbocatalogus beschreven.

Bij het inzamelen van KGA is het belangrijkste gevaar dat de Beheerder van het KGA depot in aanraking komt met gevaarlijke componenten van het gevaarlijk afval. Het gevaar is afhankelijk van:

  • de eigenschappen van het KGA
  • op welke wijze het is verpakt
  • in hoeverre het KGA als zodanig herkend wordt
  • of correcte etiketgegevens aanwezig zijn
  • de noodzakelijke maatregelen worden getroffen na eventueel contact met bestanddelen van gevaarlijk afval

De verplichte maatregelen bij dit onderdeel zijn de verplichtingen die gelden bij het accepteren en het opslaan van KGA/KCA.

Wet en regelgeving: 

 Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht 
  • Artikel 15 Arbowet inzake Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit en - regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • In specifieke gevallen van toepassing: Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.1 1t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 2 inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering (art. 8.4)
  • Artikel 4.19, 4.20 en Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden voor gevaarlijke stoffen waarin opgenomen:
    • A. Lijst van wettelijke grenswaarden
    • B. Lijst met wettelijke grenswaarden voor kankerverwekkende stoffen
  • Artikel 8.10 en Bijlage XVIII Arboregeling inzake Soorten borden

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Reststoffen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Bij afvalenergiecentrale (AEC’s), bioenergiecentrales (BEC’s) en slibverbrandingsinstallaties (SVI’s) komen reststoffen vrij die schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn. De risico's kunnen variëren van huid- en luchtwegirritatie door de hoge zuurgraad, bioaccumulatie van zware metalen zoals lood en dergelijke tot organische verontreinigingen zoals dioxines. Een aantal reststoffen, waaronder AEC vliegas, kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden. Daarom moet voorkomen worden dat medewerkers de reststoffen inademen en dat schadelijke stoffen via mond en huid in het lichaam terechtkomen.

De reststoffen ontstaan bijvoorbeeld in de rookgasreiniging en de verbrandingsoven. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen in reststoffen zijn de volgende:

  • Bodemas en ketelas: as uit de verbranding bevat onder andere zware metalen, PAK, dioxines en furanen. 
  • Vliegas: vliegas bevat onder andere metaaloxiden, dioxinen en furanen.
  • Rookgasreinigingsresidu (RGR): RGR bestaat vooral uit zouten zoals calciumcloride en natriumchlorides en kan daarnaast dioxines bevatten. 
  • Kamerfilterpers residu (filterkoek): dit type filterkoek bevat zware metalen, dioxines en furanen.

Indien een gesloten transportsysteem of onderdeel van de installatie op overdruk zoals het vliegastransportsysteem lekkage vertoont dan kan biologisch actief stof zich in het gebouw verspreiden en de oorzaak zijn van langdurige blootstelling aan lage concentraties reststoffen.

De gevaren van de verschillende reststoffen zijn afhankelijk van de samenstelling en combinatie van gevaarlijke stoffen hierin. Voor verschillende reststoffen heeft de Vereniging Afvalbedrijven Safety Data Sheets (SDS) laten opstellen waarin de gevaren op een rij zijn gezet. Op basis van deze SDS-bladen stelt elke AEC, BEC en SVI als leverancier van reststoffen zelf specifieke SDS'n op. Voor het aanbrengen van AEC-bodemas in grondwerken is een risicoanalyse bij grondwerk opgesteld. Deze werkzaamheden worden niet in de afvalbranche uitgevoerd en blijven daarom in deze arbocatalogus buiten beschouwing.

Wet- en regelgeving: 

Verplichte maatregelen

Indien er bij werkzaamheden in een AEC, BEC of SVI een kans is op blootstelling aan reststoffen dan is het noodzakelijk om onderstaande maatregelen te nemen.

Alle wettelijke verplichtingen

  • Beschrijven gevaarlijke stoffen en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over gevaarlijke (afval)stoffen
  • Geven werkinstructie - vliegasverstopping verhelpen
  • Geven werkinstructie - werkplek schoonmaken

Alle technische maatregelen

  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Treffen voorzieningen bedrijfshulpverlening
  • Treffen voorzieningen voor opslag van gevaarlijk afval

Alle organisatorische maatregelen

  • Documenteren gevaarlijke stoffen
  • Minimaliseren aantal blootgestelde werknemers
  • Opstellen plan bedrijfshulpverlening (bhv)
  • Verbieden roken, drinken en eten tijdens werk
  • Indien uit de RI&E een restrisico blijkt: Aanbieden van PAGO gevaarlijke (afval)stoffen

Indien er ná het nemen van alle bovenstaande maatregelen volgens de RI&E toch nog risico op blootstelling is, zijn alle maatregelen in de categorie Persoonlijke beschermingsmiddelen van toepassing:

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Voorlichten over persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.15 en 4.17 t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)

Arbeidsomstandighedenregeling

  • Artikel 4.19 en 4.20 Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden
  • Indien blootstelling aan vliegas mogelijk art. 4.19a, 4.20a en 4.20b Arboregeling inzake Voorschriften over het werken met lood

Overige relevante regelgeving

  • GHS-CLP: Classification, Labelling and Packaging of the Globally Harmonized System

Normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

Hulpstoffen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

In de afvalbranche wordt voor diverse toepassingen gewerkt met gevaarlijke stoffen. Als hulpstof worden gevaarlijke stoffen toegepast voor de rookgasreiniging, de waterzuivering en soms ook voor reiniging van het koelwaterkanaal. Bedrijven die over een eigen laboratorium beschikken hebben voor deze laboratoriumwerkzaamheden een scala aan gevaarlijke stoffen voor handen.

Afhankelijk van de stoffen die worden gebruikt en de wijze waarop ze worden gebruikt, bestaan risico's voor de veiligheid of gezondheid. Zo kunnen chemicaliën leiden tot brandwonden, vergiftigingen (bij inademing en/of opname door de mond), oogletsel, huidaandoeningen, flauwvallen en dergelijke. Gevaar kan bestaan voor ernstige onherstelbare effecten. Bovendien kunnen chemicaliën licht ontvlambaar zijn, elektrostatisch oplaadbaar zijn en leiden tot een explosief mengsel.

Als vaten of een doseersysteem geopend zijn, kunnen dampen vrijkomen. Als slangen worden gebruikt om vloeistof over te pompen, is er een kans op het vrijkomen van irriterende of schadelijke stoffen. Na afloop van een handeling moeten slangen worden losgekoppeld. In slangen zijn altijd restanten van het product aanwezig. Slangen kunnen gaan slingeren waardoor de medewerker ongewenst in contact komt met de vloeistof.

Iedere gevaarlijke stof heeft zijn eigen risico bij blootstelling. Daarom dient het beheer van chemicaliën en hulpstoffen goed te worden geregeld en er dient op een verantwoordelijke wijze te worden omgegaan met het gebruik van de gevaarlijke stoffen.

Afvalenergiecentrale

In een afvalenergiecentrale worden onder andere de volgende hulpstoffen toegepast: natronloog, ammonia, chloorbleekloog, ijzerchloride, calciumcarbonaat, ongebluste kalk, HOK, actief kool, natriumsulfides, zoutzuur en soda.

Waterzuivering

Bij sommige vormen van waterzuivering wordt methanol als koolstofbron geïnjecteerd waar het in een gesloten systeem wordt toegepast. Methanol wordt in een tank, IBC of drum opgeslagen en via pompen en leidingen in het proces gedoseerd. Er is geen blootstelling aan methanol mogelijk zolang de vloeistof zich in het gesloten systeem bevindt. Bij inademing is methanol is giftig; hetzelfde geldt bij aanraking met de huid en bij opname door de mond. Er is bovendien gevaar voor ernstige onherstelbare effecten op het ongeboren kind bij opname door de mond. Daarnaast is de vloeistof licht ontvlambaar, kan elektrostatisch opladen met kans op ontsteking en damp met lucht is explosief binnen explosiegrenzen.

Wet en regelgeving: 

 Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • In specifieke gevallen van toepassing: Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 2 inzake Soorten borden

Arbeidsomstandighedenregeling

  • Artikel 4.19, 4.20 en Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden
  • Artikel 8.10 en Bijlage XVIII Arboregeling inzake Soorten borden

Overige relevante regelgeving

  • GHS-CLP: Classification, Labelling and Packaging of the Globally Harmonized System

Normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

Asbesthoudend afval

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Er zijn een aantal verschillende asbestmineralen waarvan de vezels onder te verdelen zijn in twee verschillende hoofdgroepen:

  • de spiraalvormige ofwel serpentijnachtige, te weten chrysotiel (wit asbest);
  • de rechte ofwel amfibolen, waaronder crocidoliet (blauw asbest), amosiet (bruin asbest), en af en toe anthofylliet, tremoliet en actinoliet.

Asbest is in het verleden veel gebruikt voor zeer uiteenlopende toepassingen, bijvoorbeeld in gebouwen en woningen, vanwege de goede eigenschappen. Het is sterk, slijtvast en isolerend en bovendien goedkoop. Asbest is bestand tegen logen, zuren en hoge temperaturen.

Gezondheidsaspecten

Asbestvezels kunnen bij inademing diep in de longen doordringen en daar asbestziekten veroorzaken, namelijk asbestose (stoflongen), asbestpleuritis, longkanker, mesothelioom (zowel aan longvlies, buikvlies als hartzakje) en pleura verdikking. Asbestziekten kunnen zich pas tientallen jaren nadat de blootstelling aan asbestvezels heeft plaatsgevonden, openbaren en zijn niet of nauwelijks te genezen. In Nederland sterven jaarlijks naar schatting meer dan 700 mensen aan de asbestziekten veroorzaakt door blootstelling van tientallen jaren eerder, in elk geval langer dan 10 jaar geleden.

Asbest gelijkend materiaal is asbest

Asbest is er in veel verschillende verschijningsvormen, zelfs asbestspecialisten hebben bevestiging met een analyse van een materiaalmonster door een erkend laboratorium nodig om volledig zeker te zijn of iets asbesthoudend is of niet. Daarom wordt in de afvalbranche gesteld:

Alles wat op asbest lijkt, is asbest en moet dus als asbest worden verpakt en behandeld!

Normale bedrijfsvoering

Er is nooit blootstelling aan asbestvezels zolang asbesthoudend materiaal correct verpakt is.
Correcte verpakking is luchtdicht en van voldoende dikte en sterkte dat de verpakking niet kan scheuren. De afvalbranche is er alert op dat het verpakte asbest bestand is tegen verladen, lossen en storten in de afvalketen tot aan asbestcel van de deponie. Het asbesthoudende materiaal is luchtdicht verpakt en de verpakking heeft de voorgeschreven sticker 'Asbesthoudend'. De verpakkingsvoorschriften zijn opgenomen in de certificatienorm die geldt voor de afvalverwijderingsbedrijven en is gebaseerd op het Asbestverwijderingsbesluit voor de verwijdering van objecten dan wel het Besluit bouwwerken leefomgeving voor de sloop van gebouwen.

Afvalinzamelbedrijven en afvalverwerkers mogen asbest alleen ontvangen, vervoeren en opslaan volgens de voorwaarden die in hun vergunning zijn opgenomen.

Asbestincidenten

Bij het inzamelen, inclusief de milieustraat, het verwerken en het storten van huishoudelijk- en bedrijfsafval bestaat de kans dat werknemers onverwacht in aanraking komen met asbesthoudend materiaal dat al dan niet onbedoeld in het huishoudelijk afval of bedrijfsafval terecht is gekomen. Medewerkers moeten weten hoe ze moeten omgaan met situaties waarin afval onverpakt wordt aangeleverd of waarin de verpakking kapot is. In geval van een incident met onverpakt of niet-correct verpakt asbest moet een instructie hoe te handelen aanwezig zijn zoals deze voorbeeld procedure asbestincident veilig afhandelen.

De grote lijn is dat afvalbedrijven asbestincidenten die in risicoklasse 1 vallen, met eigen goed geïnstrueerde werknemers mag afhandelen, waarbij adequate voorzorgsmaatregelen worden getroffen, met name:

  • het gebruiken van de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen: vezeldichte overall (type 5/6 uit CE-categorie III), adembescherming met minimaal P3 filter, veiligheidsschoeisel S5, werkhandschoenen
  • het afzetten van het gebied met niet-correct verpakt asbest
  • het bevochtigen van het te verpakken materiaal
  • het correct verpakken en etiketteren van het materiaal

Storten asbesthoudende grond (bulk)

Er is een uitzondering op de regels voor het verpakken van asbesthoudende materialen: asbesthoudende grond mag los worden gestort. Vochtig houden om stofverspreiding te voorkomen geldt als maatregel voor grond die verontreinigd is met asbest; een percentage bodemvocht van 10% is voldoende om stofverspreiding tegen te gaan. Indien het droge stof gehalte meer dan 100 mg asbest per kilogram grond is, dan dient de maatregel Behandelen van asbesthoudende grond te worden gehanteerd.

Overige situaties

In overige situaties dient een gecertificeerde asbestinventariseerder (DIA) een asbestinventarisatierapport (bekend als SC-540 rapport) op te stellen. Op basis van de aanwijzingen in het asbestinventarisatierapport dient de opdrachtgever een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf (bekend als SC-530 bedrijf) de sanering te laten uitvoeren in geval er asbest in de risicoklasse 2/2A aanwezig is.

Wet en regelgeving: 

 Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m 4.7 en 4.10a t/m 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.23)
  • Paragraaf 3 van afdeling 5 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Voorschriften voor het werken met asbest en asbesthoudende producten (art. 4.37 t/m 4.47c), te weten:
  • Artikel 4.44 inzake Risicoklasse 1
  • Artikel 4.45 inzake Preventieve maatregelen
  • Artikel 4.45a inzake Aanvullende voorlichting
  • Artikel 4.45b inzake Aanvullend onderricht
  • Artikel 4.46 inzake Grenswaarde asbest:
    • sinds 1 juli 2014 voor chrysotiel, ook bekend als serpentijnachtig asbest, en
    • sinds 1 januari 2017 voor amfibolen, de asbestsoorten actinoliet, amosiet, anthofylliet, tremoliet en crocidoliet
  • wettelijke grenswaarde 2000 vezels/m³ (0,002 vezels/cm³) als TGG-8uur [TGG-8uur is een meting omgerekend naar een referentieperiode van 8 uur] geldig:
  • het advies van Gezondheidsraad uit 2010 voor amfibolen is 420 vezels/m³
  • Artikel 4.47a inzake Maatregelen bij overschrijding van een grenswaarde
  • Artikel 4.47b inzake Visuele inspectie
  • Artikel 4.47c inzake Melding
  • Artikel 4.105 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen

Arbeidsomstandighedenregeling

  • Paragraaf 4.5 van de Arboregeling inzake Meetmethodes asbest
  • Paragraaf 4.6 van de Arboregeling inzake Certificatiebepalingen arbeid met asbest (art. 4.21 t/m 4.27 Arboregeling)

Overige relevante regelgeving

  • Informatiepunt Leefomgeving: Overzicht van asbestregelgeving
  • Asbestverwijderingsbesluit 2005
  • Bepaling uit Overheidsvoorschriften voor acceptatie van asbest:
    B1. Onverhoopt aangetroffen asbest(houdend) afval moet onmiddellijk worden verpakt in dubbel afgesloten niet-luchtdoorlatend, van voldoende sterkte, kunststof verpakkingsmateriaal. Het verpakkingsmateriaal moet worden voorzien van het figuur (etiket) in overeenstemming met bijlage II Etikettering van het Productenbesluit asbest (gepubliceerd in Staatsblad 6 jaargang 2005)
  • Productenbesluit asbest (Stb. 6, jrg. 2005)

Normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

Schoonmaken ondergrondse containers

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Om de containers en containerputten te kunnen schoonmaken, moet de container zijn opgehesen en geleegd zijn. Daarbij dient de medewerker zich nooit onder de hijslast te bevinden en het containergat te zijn afgesloten met de veiligheidsvloer.

Wet- en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet 

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid 
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie 
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht 
  • Artikel 10 Arbowet inzake Voorkomen van gevaar voor derden

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling 

  • Artikel 3.15 Arbobesluit inzake Markering gevaarlijke plaatsen 
  • Artikel 3.16 Arbobesluit inzake Voorkomen valgevaar 
Meer informatie: 

Transport van gevaarlijk afval

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid

Dit onderdeel is niet getoetst, omdat eisen aan voertuigen zijn beschreven en dat is niet geregeld in de Arbowet.

Beschrijving van het risico: 

Gevaarlijk afval is afval dat gevaarlijk is voor mens, dier of milieu. Enkele voorbeelden van gevaarlijk afval zijn asbesthoudend afval, afvalstoffen die zware metalen, polychloorbifenyleen (PCB’s), bestrijdingsmiddelen, (minerale) oliehoudende afvalstoffen, oplosmiddelhoudend afval, batterijen en accu’s.

De Europese afvalstoffenlijst (EURAL) bevat circa 800 verschillende afvalstoffen, deels gerangschikt naar herkomst, namelijk de bedrijfstak of bedrijfsactiviteit waarbij de afvalstof vrijkomt of naar soort van afvalstof. Elke afvalstof is voorzien van een zes-cijferige code (euralcode). De afvalstoffen waarvan deskundigen hebben vastgesteld dat deze per definitie als gevaarlijk moeten worden beschouwd zijn te herkennen aan een * (ster) achter de euralcode. Afvalstoffen waarvan is bepaald dat ze altijd als niet-gevaarlijk mogen worden beschouwd hebben geen toevoeging.

Gevaarlijk afval dat wordt ingezameld, wordt veelal getransporteerd vanaf het inzameladres van de ontdoener naar het adres waar de afvalstoffen worden bewerkt of verwerkt. Afhankelijk van de soort en de hoeveelheid afvalstof bestaan risico's bij het laden, vervoeren en lossen. Indien gevaarlijke stoffen uit een verpakking of transportvoertuig vrijkomen, ontstaat het er een risico op blootstelling. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer gevaarlijk afval vanuit een kleine verpakking wordt omgepakt in een grotere verpakking; hier zijn meer voorbeelden van kans op blootstelling opgenomen. Blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan diverse gevolgen hebben, zoals brandwonden, vergiftigingen, huidaandoeningen en dergelijke. Bij een ontvlambare of licht ontvlambare vloeibare afvalstof kunnen brandbare dampen ontstaan. Hierdoor is er gevaar voor brand of explosie.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 4.6 Arbobesluit inzake Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen
  • Artikel 4.7 Arbobesluit inzake Maatregelen bij ongewilde gebeurtenissen
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

Pagina's