Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Er is inhoudelijke overeenstemming tussen werknemers en werkgevers over deze Maatregel

Biologisch actief stof (C)

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Bij het composteringsproces van gft-afval en groenafval komen medewerkers in contact met biologisch actief stof. Dit geldt voor alle werknemers in composteerbedrijven, inclusief de ambulante productiefuncties zoals operator, algemeen medewerker, schoonmaker en onderhoudsmedewerker en ook medewerkers op kantoorafdelingen daar waar lucht uit de composteerhal binnendringt. Bij de compostering is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden. De mate van blootstelling is het grootst bij gft-compostering waar gft-afval inpandig in een hal onder hoge temperaturen wordt in compost omgezet wordt. Het risico speelt aanzienlijk minder bij groencompostering op terreinen in de openlucht en blijft verder buiten beschouwing.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van biologisch actief stof is afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan biologisch actief stof te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof.

De belangrijkste bronnen van micro-organismen in composteerbaar afval, ook wel aangeduid als gft-afval (groente-, fruit- en tuinafval) of gfe-afval (groente- en fruitafval en etensresten), zijn voedselresten en dierlijke fecaliën, meestal afkomstig van honden en katten. Dit betekent dat blootstelling aan bepaalde zoönotische agentia (bacteriën met een dierlijke oorsprong) mogelijk is bijvoorbeeld Toxoplasma gondii, Toxocara canis en Yersinia spp. De concentratie van dergelijke organismen is meestal echter niet hoog genoeg om ziekte te veroorzaken.
Ook blootstelling aan (sporen van) bepaalde schimmels (Penicillium spp. en Aspergillus fumigatus) van rottend en schimmelend materiaal komt voor. Door stijging van de temperatuur van het gft-materiaal tijdens het composteringsproces neemt de concentratie van bacteriën (thermofiele Actinomyceten) en schimmels aanmerkelijk toe. De variatie aan bacteriën is gigantisch. Met name als het composteringsproces in een hal plaatsvindt, kunnen grote gezondheidsrisico’s optreden als handelingen met het materiaal zonder beschermende maatregelen worden uitgevoerd zoals het omzetten van het gft-afval (bron: AI-blad-9 - Biologische agentia, bijlage 2, paragaaf 2.7.2).

Naast bovenvermelde micro-organismen zijn mogelijke biologische ziekteverwekkers E. coli en andere pathogene darmbacteriën, Clostridium tetani, Toxoplasma en andere parasieten, Hantavirus, Hepatitis A, Hepatitis B en andere pathogene virussen. Naast de blootstelling aan micro-organismen zijn endotoxinen (resten van dode bacteriën) in zowel gft-afval als compost een belangrijke risicocomponent.

Functies met blootstelling

Er is blootstelling op werkplekken waar gft-afval en groenafval wordt gestort of overgestort, verkleind en/of gehakseld en gezeefd. De momenten waarop tijdens het composteerproces blootstelling aan biologisch actief stof kan plaatsvinden zijn:

  • bij storten van gft-afval en groenafval op de verwerkingslocatie
  • rondom specifieke machines waaronder verkleiners, luchtscheiders en zeven
  • aersolvorming bij verneveling van water om stofverspreiding te voorkomen
  • verlading van compost in containers en vrachtwagens
  • acceptant bij controleren en monstername van aangevoerd gft-afval en groenafval
  • machinist ontvangst gft
  • productiemedewerker voorbewerking
  • machinist composteerhal
  • productiemedewerker nabewerking
  • chauffeur shovel/bobcat
  • wachtchef
  • uitblazen en vervanging van stoffilters van arbeidsmiddelen en installaties
  • onderhoudspersoneel van arbeidsmiddelen en voertuigen en installaties waaronder afzuiginstallaties en stoffilters in hallen
  • analist monster van aangevoerd gft-afval

Tevens is (secundaire) blootstelling mogelijk bij het niet dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding, onzorgvuldig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, onvoldoende onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen, niet ontsmetten of reinigen van werkkleding, bij verplaatsen van vervuilde werkkleding naar schone ruimtes, contact met andere medewerkers en dergelijke.

Vergaande mechanisatie van de bedrijfsprocessen zorgt ervoor dat werknemers in kleinere aantallen en gedurende een kortere tijd bij het gft-afval aanwezig zijn.

Daarnaast worden medewerkers in kantoorfuncties blootgesteld indien lucht vanuit een naastgelegen composteerhal de kantoorruimten kan binnendringen.

Gezondheidseffecten

Medewerkers van composteerbedrijven worden met name via inademing van stof blootgesteld en in mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij groencompostering in de buitenlucht vanwege vermenging met schone lucht lager dan bij het composteringsproces in een hal.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen werkkleding op het bedrijfsterrein en in installaties
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Vermijden van stof aan de bron
  • Aanbrengen van afgezogen omkasting
  • Afschermen van transportbanden
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Voor naast een composterinstallatie gelegen kantoren met medewerkers met een administratieve functie:

  • Filteren toevoerlucht kantoorruimte composteerbedrijven

Bij betreding van de composteerhal:

  • toepassen procedures voor veilig betreden van, gas meten in en spoelen van een composteerhal
  • toepassen procedures bij het uitvoeren van groot onderhoud in de composteerhal
  • indien in het composteerbedrijf voorschreven: toepassen werkvergunning

Bij gebruik van arbeidsmiddelen zoals shovels en compactors:

  • gebruiken van overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen

Indien direct contact met afval mogelijk is:

Voor de beheersing van de legionellabacterie:

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn noodzakelijk om de stofblootstelling onder 1 mg/m³ (tijdgewogen gemiddelde via persoonlijke monstername bepaald) te houden conform de richtlijn adembescherming bij bioconversie van gft-afval

  • Gebruiken adembeschermingstofblootstelling
  • Gebruiken persoonlijke beschermingmiddelen
  • Voorlichten over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 4.1 t/m 4.5 en 4.10a t/m 4.10d Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen

  • Artikel 4.84 Arbobesluit inzake Biologische agentia, celculturen en micro-organismen
    Categorie-indeling conform Bijlage III van Richtlijn 2000/54/EG Europese lijst van geclassificeerde micro-organismen
  • Artikel 4.85 Arbobesluit inzake Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 4.86 lid 2 of lid 3 Arbobesluit inzake Gevolgen categorie-indeling
  • Artikel 4.105 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.109 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden enkele biologische agentia

Conform artikel 4.86 lid 2 zijn in het geval van werk in 'afvalverwerkingsbedrijven' de volgende artikelen van toepassing:

  • Artikel 4.87 Arbobesluit inzake Voorkomen van blootstelling; vervangen
  • Artikel 4.87a Arbobesluit inzake Voorkomen of beperken van blootstelling
  • Artikel 4.89 Arbobesluit inzake Hygiënische beschermingsmaatregelen
  • Artikel 4.91 Arbobesluit inzake Onderzoek en vaccins
  • Artikel 4.93 Arbobesluit inzake Overige informatie
  • Artikel 4.95 Arbobesluit inzake Ongevallen of incidenten
  • Artikel 4.102 Arbobesluit inzake Voorlichting en onderricht

Bij verplichting tot het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen

Normen, richtlijnen en dergelijke

  • NEN-EN14031 Werkplekatmosfeer - Meting van in de lucht aanwezige endotoxine: streefwaarde < 135 EU/m³, actiewaarde tussen 135 en 450 EU/m³ en verbodswaarde > 450 EU/m³

  • Norm NEN4444:2010nl Overdrukfiltersystemen - Eisen voor ontwerp, leveringsvoorwaarden, installatie en gebruik
  • Stof uit het composteringsproces bevat biologische agentia. Er zijn geen wettelijke grenswaarden vastgesteld voor de blootstelling aan biologische agentia.
  • Voor het composteringsproces wordt een streefwaarde (branchenorm) gehanteerd van 3 mg/m³ voor inhaleerbaar stof in de ademzone, gemeten met persoonsgebonden monsters over 8 uur als tijdgewogen gemiddelde.
  • Interne richtlijn Adembescherming bij bioconversie van gft-afval van toepassing boven een inhaleerbare stofconcentratie van 1 mg/m³ (tgg 8 uur via persoonlijke monstername bepaald).
  • Factsheet Maatregelen bloembollenafval met azolen – verwerking
  • RIVM, 2012, Briefrapport Classificatie van biologische agentia. Het RIVM constateert dat de Europese lijst met classificaties verouderd is en geactualiseerd en uitgebreid zou moeten worden.
Meer informatie: 

Trillingen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

 

Werknemers staan op verschillende arbeidsplaatsen bloot aan mechanische trillingen, vooral bij het gebruik van arbeidsmiddelen die trillingen en schokken voortbrengen. Er zijn twee soorten mechanische trillingen, te weten lichaamstrillingen en hand-arm-trillingen die in dit onderdeel van de arbocatalogus aan de orde komen.

Lichaamstrillingen

Bij blootstelling aan lichaamstrillingen is het hele lichaam in trilling; de trillingen en schokken worden via de vloer aan de voeten of via een stoel op het lichaam overgedragen. In de afvalbranche worden met name chauffeurs van machines zoals shovels, compactors, vorkheftrucks, veegmachines, graafmachines, graders, wiel- en kettingladers, vrachtwagens en dergelijke blootgesteld aan trillingen door het hele lichaam. Dit gebeurt ook op stationaire werkplekken naast grote machines zoals ponsmachines, compressoren en transportbanden. Trillingen kunnen als hinderlijk en vervelend ervaren worden, maar trillingen kunnen ook leiden tot gezondheidsschade.

Gezondheidseffecten

Bij langdurige blootstelling aan lichaamstrillingen zijn mogelijke gezondheidseffecten:

  • verminderde alertheid, nauwkeurigheid (accuratesse) en reactievermogen
  • vermoeidheid, concentratieproblemen en slaapstoornissen
  • duizeligheid en misselijkheid
  • verminderde gezichtsscherpte en blindheid
  • beperkte bewegelijkheid (mobiliteit) en pijnklachten in de lendenen, de onderrug, de bovenrug en het schouder-armgebied
  • evenwichtsstoornissen en verstoringen van de bloedsomloop
  • schade aan spieren, gewrichten en botten
  • aandoeningen van het maagdarmstelsel
  • psychische klachten waaronder rusteloosheid en stress

Langdurige blootstelling aan lichaamstrillingen boven de wettelijke grenswaarde is zeer schadelijk voor de gezondheid.

Hand-arm-trillingen

Hand-arm-trillingen komen binnen via handen, en ze worden doorgegeven aan polsen, armen en schouders. Elektrische apparaten in de afvalbranche zoals bladblazers, boorhamers, sloophamers, slijpmachines en ander elektrisch handgereedschap, veroorzaken trillingen aan de handen en armen.

Gezondheidseffecten

Bij langdurige blootstelling aan handarmtrillingen zijn mogelijke gezondheidseffecten:

  • stijfheid van de vingers
  • afname van vaardigheid fijn-motorische handbeweging
  • pijnklachten in de vingers, de hand en de armen
  • gevoelloosheid en/of tintelingen in de vingers
  • verminderde tastzin, afname van voelen van warmte en koude
  • schade aan botten en gewrichten (polsen, ellebogen en schouders) met pijn en beperkte mobiliteit door het afslijten van kraakbeen, vergroeiingen en artritis
  • Witte-vinger-syndroom; dit is blijvende schade aan bloedvaten en zenuwen
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikelen 6.11a t/m 6.11e Arbobesluit inzake Trillingen
  • Voor jongeren (tot 18 jaar) gelden onderstaande actiewaarden als grenswaarden voor blootstelling
  • Lichaamstrillingen
    • Actiewaarde lichaamstrillingen (art. 6.11a Arbobesluit)
      bij dagelijkse blootstelling aan lichaamstrillingen boven 0,5 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur) dienen de wettelijk voorgeschreven acties te zijn: voorlichting aan medewerkers, duur van blootstelling beperken en zo mogelijk maatregelen nemen
    • Grenswaarde lichaamstrillingen (art. 6.11a Arbobesluit)
      bij dagelijkse blootstelling aan lichaamstrillingen boven 1,15 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur) moet de werkgever onmiddellijk maatregelen nemen om de blootstelling te verminderen tot onder de grenswaarde

  • Hand-armtrillingen
    • Actiewaarde hand-armtrillingen (art. 6.11a Arbobesluit)
      bij dagelijkse blootstelling aan hand-armtrillingen boven 2,5 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur) dienen de wettelijk voorgeschreven acties te zijn: voorlichting aan medewerkers, duur van blootstelling beperken, aanpassen van werkmethoden of toepassen van technische maatregelen
    • Grenswaarde hand-armtrillingen (art. 6.11a Arbobesluit)
      bij dagelijkse blootstelling aan hand-armtrillingen boven 5 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur) moet de werkgever onmiddellijk maatregelen nemen om de blootstelling te verminderen tot onder de grenswaarde

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Advieswaarde lichaamstrillingen
    de bovenwettelijke, gezondheidskundige grens voor de dagelijkse blootstelling aan lichaamstrillingen is 0,25 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur)
  • Advieswaarde hand-armtrillingen
    de bovenwettelijke, gezondheidkundige grens voor de dagelijkse blootstelling aan hand-armtrillingen is 1 m/s² (tijdgewogen gemiddelde van 8 uur)
Meer informatie: 

Veel voorkomende trillingsniveaus van lichaamstrillingen zijn:

  • Bestelwagen: 0,6 m/s²
  • Bulldozer: 1,2 m/s²
  • Graafmachine 1,2 m/s²
  • Heftruck: gemiddeld 1,0 m/s² met maximum tot 2,3 m/s²
  • Laad- en graafmachine: gemiddeld 0,8 m/s² met maximum tot 1,9 m/s²
  • Maaimachine: 0,8 m/s²
  • Portaalkraan: 0,5 m/s²
  • Terreinheftruck: gemiddeld 1,4 m/s² met maximum tot 2,3 m/s²
  • Vrachtwagen: gemiddeld 0,8 m/s² met maximum tot 1,1 m/s²

Veel voorkomende trillingsniveaus van hand-armtrillingen zijn:

  • Bosmaaier: 8 m/s²
  • Eenassige balk-maaimachine: 6 m/s²
  • Elektrische boorhamer: 14 m/s²
  • Handslijpmachine: 7 m/s²
  • Motorkettingzaag: >20 m/s²
  • Slagmoersleutel: 8 m/s²

Kennisdossiers:

Trillingscalculator:

NVvA Nieuwsbrief 2004-01 met thema trillingen en de volgende artikelen:

  • EU-richtlijn trillingen
  • beoordelingsmodellen trillingen
  • beoordeling van blootstelling aan trillingen en vergelijkend onderzoek naar de trillingsbelasting bij heftruckchauffeurs

Houtstof bij afvalverwerking

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Bij het shredderen en/of het daarna zeven van hout komt stof vrij. Dit vrijkomende houtstof kan door werknemers worden ingeademd of op de huid terecht komen, waarna negatieve effecten op de gezondheid kunnen ontstaan. Naast gezondheidseffecten is hout een brandstof en ontstaat onder bepaalde omstandigheden gevaar voor stofexplosie. Een stofontploffing kan optreden als houtstof in fijn verdeelde vorm wordt opgewerveld, zoals in een stofzak van een afzuiging, én intensief met lucht - of een ander zuurstofhoudend gas - wordt gemengd voordat hierbij een ontsteking komt.

Het gezondheidseffect van de verschillende houtsoorten is verschillend. Een aantal houtsoorten bevat bestanddelen of is bewerkt met stoffen die irriterende, allergene of kankerverwekkende eigenschappen hebben. De mate hiervan is per soort afvalhout verschillend. De gezondheidsrisico's en gezondheidseffecten variëren door:

  • de houtsoort
  • het type bewerking
  • de afmetingen en het gewicht van de houtstofdeeltjes
  • het verschil in giftige werking (toxiciteit)
  • het verschil in vochtgehalte

Effecten op de gezondheid

De belangrijkste gezondheidsklachten die werknemers hebben als zij worden blootgesteld aan houtstof zijn:

  • Huidaandoeningen:
    Contact met houtstof kan irritatie en ontsteking van de huid tot gevolg hebben. Dit kan overgaan in een chronisch huideczeem. Personen die daarvoor gevoelig zijn, krijgen een allergische huidreactie als gevolg van bepaalde stoffen in het hout. Eczeem kan ontstaan op de handrug, het hoofd en de hals. Andere huidklachten zijn huidverkleuringen en ontstekingen van haarwortels.
  • Oogaandoeningen:
    Het oogbindvlies kan ontstoken raken als gevolg van contact met houtstof. De verschijnselen hiervan zijn onder andere pijn, tranende ogen, ettervorming en lichtschuwheid (het niet kunnen verdragen van licht).
  • Luchtwegaandoeningen:
    Houtstof kan overgevoeligheidsreacties veroorzaken, zoals niezen, loopneus, bloedneus, hoesten, astma en astmatische bronchitis. Veel luchtwegaandoeningen zijn een allergische reactie op houtstof. Allergieën worden vaak in de loop der jaren opgebouwd. Iemand kan dus jaren zonder problemen in een stoffige ruimte werken en plotseling last krijgen van allergische verschijnselen.
  • Kanker: stof van hardhoutsoorten kan kanker veroorzaken.

Hardhoutstof is opgenomen op de wettelijke lijst kankerverwekkende stoffen.

Schadelijke toevoegingen: hout kan bewerkt zijn met schadelijke en/of kankerverwekkende toevoegingen waaronder lijm dat formaldehyde kan bevatten, verf en middelen voor houtverduurzaming.

Voorbeelden van hardhout zijn: berk, beuk, eik, els, es, esdoorn, esp, haagbeuk, iep, kastanje, kers, linde, notenboom, plataan, populier, walnoot, wilg en de tropische hardhoutsoorten balsa, ebbe, iroko, kauriden, mahonie, mansonia, meranti, palissander en teak.

Kritische afvalstromen, processen en blootstellingsrisico’s

Bij afvalhout uit inzameling of na sortering is het niet uit te sluiten dat deze afvalstroom hardhout bevat. Via acceptatievoorwaarden wordt afgedwongen dat houtstof niet als afvalhout wordt aangeboden.
Het behandelen in op- en overslag van afvalhout geeft nauwelijks stofvorming en een verwaarloosbare blootstelling aan hardhoutstof.
Het bewerken van afvalhout bestaat uit breken, verkleinen, sorteren, zeven en op transportbanden verplaatsen van afvalhout. Bij deze processen wordt een machinale shredder ingezet. Daarbij is er een kans op stofvorming, verspreiding in de ademlucht en daarmee blootstelling aan hardhoutstof.
Na bewerking komt, afhankelijk van de vervolgactiviteiten, houtstof vrij bij handelingen met de geshredderde en/of gezeefde houtsnippers. Ook bij het handmatig scheppen, het vegen en het verplaatsen van droge materialen, vervuiling of houtafval met daarin droog stof, kan houtstof in de lucht vrijkomen.
Tijdens het bewerken van hout en verwerken van houtsnippers kunnen in en nabij de installaties en in zones daar omheen verhoogde concentraties van droog respirabel houtstof voorkomen, waardoor er kans is op overschrijding van de wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof.

Wet- en regelgeving: 

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • het beschrijven van blootstelling aan hardhoutstof en bijbehorende maatregelen in RI&E
  • het voorlichten van de werknemers over blootstelling aan hardhoutstof binnen het bedrijf
  • het verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • het bieden van goede sanitaire voorzieningen
  • het nemen van maatregelen om blootstelling aan houtstof bij de verwerking te beperken
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 2 inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering (art. 8.4)

Arbeidsomstandighedenregeling

  • Artikel 4.19, 4.20 en Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden voor gevaarlijke stoffen
  • Hardhoutstof is opgenomen op de wettelijke lijst kankerverwekkende stoffen met een wettelijke grenswaarde van 2 mg/m3 als tijdgewogen gemiddelde van 8 uur. Hierbij zijn als voetnoten vermeld:
    • Definitie van hardhout volgens de International Agency for Research on Cancer (IARC) van hout op basis van botanische karakteristiek: hout van bedektzadigen = hardhout.
    • Als stof van hardhout wordt gemengd met ander houtstof geldt de grenswaarde voor hardhoutstof voor alle houtstof in dat mengsel.

Normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 
  • Basisinspectiemodule van Inspectie SZW Stofexplosiegevaar (2015)
  • Aanpak inhaleerbare allergene stoffen op de werkplek. SER advies 2009
  • Risico houtstof op website Arboportaal
  • De Gezondheidsraad heeft in juli 2000 een gezondheidskundige grenswaarde voor houtstof van 0,2 mg/m³ geadviseerd, daarbij ervan uitgaande dat houtstof wordt beschouwd als (carcinogene) stof met drempelwaarde. Wanneer echter houtstof wordt beschouwd als carcinogene stof zonder drempelwaarde dan zou, conform de aanpak met risicogrenzen, een grenswaarde moeten liggen tussen de 0,06 mg/m³ en 5,8 mg/m³ als TGG-8uur. Voor hardhout is inmiddels vast komen te staan dat sprake is van een carcinogene stof; zachthout is als verdacht carcinogeen aangemerkt. 
  • In een (verdeeld) advies (2007) van de SER is aan de Minister voorgesteld om de wettelijke grenswaarde voor hardhoutstof per 1 januari 2009 te verlagen tot 1 mg/m³ inhaleerbaar stof (0,5 mg/m³ voor totaal houtstof), gemeten over een 8-urige werkdag, wat wordt gebaseerd op de aanbeveling uit het rapport SCOEL (2003). De SCOEL constateert dat blootstelling boven 1 mg/m³ inhaleerbaar stof kan leiden tot schadelijke effecten aan de longen.
  • Afvalhout bestaat voornamelijk uit:
    • afvalhout ontstaan bij het bouwen en slopen van bouwwerken (raam- en deurkozijnen, kapconstructies, stijl- en regelwerk)
    • plaatmaterialen uit de (stand)bouw
    • pallets
    • houten meubels (kasten, tafels, magazijnstellingen e.d.)

    Het hout dat hiervoor wordt gebruikt is voornamelijk vurenhout. Het Nederlandse woord vuren is de genormeerde naam voor het hout van de fijnspar (Picea abies). Dit hout is niet alleen makkelijk te bewerken maar ook relatief goedkoop. Het wordt ook veel verkocht in doe-het-zelf bouwmarkten. In Nederland is vuren de meest gebruikte naaldhoutsoort, en daarmee de meest gebruikte houtsoort. Gelet op de herkomst van het afvalhout zal dit voor circa 60 tot 80% uit vurenhout bestaan. Hout van de fijnspar wordt niet gezien als hardhout.

Gevaarlijk afval (algemeen)

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Inzamelen

Gevaarlijke afvalstoffen zijn bij bedrijven opgeslagen in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen bijvoorbeeld PGS 15 voor verpakte stoffen. Het afval moet uit deze opslag in het inzamelvoertuig komen. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Bij de verwerker moeten de afvalstoffen weer gelost worden uit het voertuig naar een opslag of rechtstreeks in de installatie. Ook bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Milieustraat / KCA depot

Gevaarlijke afvalstoffen behoren in het KCA/KGA depot opgeslagen te zijn in een opslag die voldoet aan de PGS-richtlijnen, met name PGS 15 voor verpakte gevaarlijke stoffen. Het afval moet uit de opslag in het transportvoertuig geladen worden. Bij deze verplaatsing kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen.

Bewerken

Afhankelijk van de be-/verwerker worden afvalstoffen op de locatie uit de verpakkingen gehaald of verpompt. Bij een aantal processen worden ze nog verwarmd. Bij al deze processen is het mogelijk dat gevaarlijke stoffen vrijkomen waar de medewerkers aan worden blootgesteld.

Gevaarlijk afval wordt op diverse manieren bewerkt. Hierbij moet worden gedacht aan:

  • destillatie
  • chemische/fysische scheiding
  • opbulken
  • overpakken naar grotere of kleinere verpakking
  • drogen, persen, centrifugeren en dergelijke
  • verkleinen door middel van shredder

Storten

Aangeboden stortmateriaal moet voldoen aan acceptatiecriteria. Daarover worden in het algemeen voorafgaand aan aanvoer op de stortplaats afspraken gemaakt. Echter, in het aanbod kan altijd sprake zijn van onverwachte zaken die gevaarlijk of schadelijk kunnen zijn of risico’s met zich mee kunnen brengen. Hierbij gaat het voornamelijk om gevaarlijke stoffen, stofvorming en gassen en dampen.

Wet en regelgeving: 

 Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 15 Arbowet inzake deskundige bijstand op het gebied van Bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.5a t/m 3.5f Arbobesluit inzake Explosieve atmosferen (ATEX)
  • Artikel 3.5g Arbobesluit inzake Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie (indien slecht geventileerde of besloten ruimte)
  • Artikel 3.8 Arbobesluit inzake Brandmelding en brandbestrijding
  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering
  • Artikel 4.19, 4.20 en Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden voor gevaarlijke stoffen
  • Artikel 8.10 en Bijlage XVIII Arboregeling inzake Soorten borden

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

 

In- en uitstappen van vrachtauto cabine

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Bij het -regelmatig- betreden en verlaten van cabines van vrachtauto's, zoals chauffeurs en bijrijders tijdens de afvalinzameling doen, bestaat er een reële kans op:

  • acuut letsel, bijvoorbeeld aan enkels, knieën en lage rug
  • fysieke (over)belasting van spieren, gewrichten, pezen, banden en botten
  • artrose van de knie (gonartrose) bij chronische overbelasting

Acuut letsel

  • Bij het in- en uitstappen van een cabine bestaat gevaar voor vallen en struikelen. Zo kan iemand een tree missen, zich verstappen of ergens over struikelen. Dit kan direct tot verwondingen of ander letsel leiden, zoals spierscheuringen, verstuikingen, botbreuken of dergelijke. Ook een kleine oneffenheid van de ondergrond kan leiden tot letsel al dan niet met langdurig ziekteverzuim.

  • Wanneer de afstand tussen treden te groot is, de snelheid van in- of uitstappen te groot is of wanneer iemand uit de cabine springt, is er kans op letsel in de vorm schade aan spieren, banden en pezen van enkels, knieën en lage rug al dan niet met langdurig ziekteverzuim.

Fysieke overbelasting

Bepalend voor het gevaar van fysieke overbelasting is de instaphoogte van de eerste trede van de cabine in combinatie met het gedrag van chauffeur of bijrijder. Bij het dagelijks veelvuldig in- en uitstappen van de cabine is de kans op fysieke overbelasting van spieren, gewrichten, pezen, banden en botten hoger naar mate de hoogte van de opstaptreden groter zijn.

Artrose van de knie (gonartrose)

Vrachtwagenchauffeurs en bijrijders hebben een verhoogde kans op artrose (slijtage) van de knie. De opstaphoogte van de eerste trede van de cabine gecombineerd met de wijze en de frequentie van het in- en uitstappen van de cabine is mede bepalend voor de mate van slijtage van het kniegewricht. Overmatige slijtage van de knie heet gonartrose.

Gonartrose kenmerkt zich door ochtendstijfheid (korter dan 30 minuten), toenemende pijn na belasting, gevoeligheid van het bot van het kniegewricht en (ernstige) bewegingsbeperking. De kans op gonartrose wordt kleiner door de hoogte van de opstaptrede te beperken, net als bij het verminderen van fysieke overbelasting. Het voorkomen van gonartrose valt onder de zorgplicht van de werkgever. Bij het optreden van symptomen van gonartrose meldt de bedrijfsarts dit als beroepsziekte (op basis van de NCvB Registratierichtlijn “D0005 Artrose van de knie (gonartrose)” indien er (gedeeltelijk) een werkgerelateerde oorzaak is.

Risicofactoren

De kans op acuut letsel, fysieke overbelasting en gonartrose neemt over het algemeen toe met:

  1. de opstaphoogte van de eerste cabinetrede boven 40 cm, en
  2. de frequentie van het in-en uitstappen, dus het aantal keer per uur of per dag, en
  3. de blootstellingsduur gedurende het (werkzame) leven, dus als de handeling gedurende langere tijd wordt herhaald (bijvoorbeeld bij veel dienstjaren), en
  4. de risicofactoren zoals gedrag (uit de cabine springen, routinematig en onbewust bewegen), overgewicht en het ontbreken van vaste handgrepen op de cabine.

Beheersmaatregelen

Het bedrijf besteedt aandacht aan het in- en uitstappen van de vrachtwagencabine in de risico-inventarisatie en -evaluatie en geeft hierover voorlichting. Bovendien wordt er instructie gegeven om de zogenoemde 3-punten methode bij zowel het betreden als het verlaten van een vrachtauto cabine toe te passen. Bij de 3-puntsmethode hebben continu drie ledematen continu steun op een cabinetrede en aan de vaste handgrepen. Hierdoor is de kans op letsel of verwonding sterk te verminderen. Naast het beperken van letsel vermindert de 3-puntsmethode ook de kans op fysieke overbelasting en gonartrose. Een aanvullende maatregel is het beperken van de opstaphoogte van de eerste trede van de cabine als deze regelmatig - meerdere keren per uur - wordt betreden. In het geval dat de cabine regelmatig wordt betreden is de hoogte tussen de ondergrond en de eerste trede tussen de 40 en 50 cm, dit afhankelijk van de technische haalbaarheid, met het streven deze afstand zoveel als mogelijk is te beperken tot 40 cm; hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. De blootstelling wordt ook beperkt als de chauffeur en de bijrijder elkaar afwisselen bij het verlaten van de cabine. Ten slotte zijn werknemers in de gelegenheid om deel te nemen aan een PAGO fysieke belasting indien dit in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrjf is opgenomen.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 5.2 Arbobesluit inzake Voorkomen gevaren
  • Artikel 5.3 onder a Arbobesluit inzake Beperken gevaren en risico-inventarisatie en -evaluatie

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Paragraaf 5.10.2 van norm NEN-EN 1501-1:2021 (en): Afvalinzamelwagens - Algemene eisen en veiligheidseisen - Deel 1: Langs de achterzijde te beladen afvalinzamelwagens
    • De eerste trede maximaal 50 cm boven de grond met het streven de hoogte zoveel mogelijk te verlagen als technisch haalbaar is in de richting van 40 cm
    • De onderlinge afstand tussen de andere treden minimaal 23 en maximaal 35 cm
    • Iedere trede minimaal 23 cm breed en minimaal 15 cm diep
Meer informatie: 
  • Norm NEN-EN 1501-1:2021 (en): Afvalinzamelwagens - Algemene eisen en veiligheidseisen - Deel 1: Langs de achterzijde te beladen afvalinzamelwagens stelt (citaat par. 5.10.2):
    Regardless of all modification the cab shall retain all the safety features provided by the chassis manufacturer for the safe transportation of the operators.
    The height of the first step of the cab entry shall not exceed 600 mm.
    In case of operator's riding in the cab, for easier access to the operator's riding position, a step height of 400 mm should be preferred and the most ergonomic design should be chosen (e.g. low-entry cab, low-floor cab etc.), depending especially on the frequency of access to the cab.

Chemische reacties bij opbulken

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Vaak worden gevaarlijke afvalstoffen in tanks opgeslagen. Deze tanks moeten worden gevuld. Als stoffen naar de verkeerde tank worden gepompt bestaat de kans op een chemische reactie zoals:

  • polymerisatie
  • opwarming van de vloeistof
  • vrijkomen van gevaarlijke dampen of gassen
  • explosie
  • implosie

Afhankelijk van de reactie verschillen ook de effecten zoals brand- en ontploffingsgevaar en blootstelling aan gevaarlijke stoffen met als gevolg bijvoorbeeld brandwonden, vergiftigingen, huidaandoeningen en dergelijke.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 10 Arbowet inzake Voorkomen van gevaar voor derden

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 4.6 Arbobesluit inzake Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen
  • Artikel 4.7 Arbobesluit inzake Maatregelen bij ongewilde gebeurtenissen
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering

 Normen, richtlijnen en dergelijke

Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen

Meer informatie: 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM

Biologisch actief stof (S)

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Beschrijving van het risico: 

Medewerkers op stortplaatsen komen tijdens het werk nauwelijks in aanraking met biologisch actief stof, omdat het storten van organisch afval in de loop der tijd drastisch beperkt is. Bovendien worden veel werkzaamheden in een overdrukcabine uitgevoerd. Daarnaast is het risico op gezondheidseffecten in de openlucht gering vanwege vermenging met schone lucht. 

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van biologisch actief stof is afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof. Gegeven de toegenomen scheiding van afvalstromen en aangezien er nauwelijks tot geen huishoudelijk afval wordt gestort is er geen blootstelling aan micro-organismen te verwachten. De belangrijkste risicocomponenten in stortafval zijn afkomstig uit bouw- en sloopafval, te weten asbestvezels, kwartsstof, minerale wolvezels en houtstof. Bovendien vinden bijna alle werkzaamheden plaats vanuit een cabine onder overdruk.

Functies met blootstelling

De momenten waarop medewerkers van afvalstortplaatsen worden blootgesteld aan biologisch actief stof zijn:

  • acceptant, beheerder deponie, terreinmedewerker, machinist bulldozer, shovel of compactor met blootstelling tijdens kortdurende taken buiten de cabine onder overdruk.

Gezondheidseffecten

Medewerkers worden met name via inademing van stof en in mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast is ook het nemen van de volgende maatregelen verplicht; klik voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Geven werkinstructie met name gevaarlijke stoffen in stortmateriaal en graven van gasgangen in de stortplaats
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Vermijden van stof aan de bron
  • Beperken stofverspreiding
  • Toepassen procedures met name protocol betreden van stortlocatie
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen werkkleding op het bedrijfsterrein en in installaties
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Bij gebruik van arbeidsmiddelen zoals shovels en compactors:

  • gebruiken van overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen

Indien direct contact met afval mogelijk is:

Voor de beheersing van de legionellabacterie:

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 4.1 t/m 4.5 en 4.10a t/m 4.10d Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen
  • Artikel 4.84 Arbobesluit inzake Biologische agentia, celculturen en micro-organismen
  • Artikel 4.85 Arbobesluit inzake Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 4.86 lid 2 of lid 3 Arbobesluit inzake Gevolgen categorie-indeling
  • Artikel 4.105 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.109 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden enkele biologische agentia

Conform artikel 4.86 lid 3 wordt, indien uit de resultaten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, blijkt, dat werknemers bij het verrichten van werkzaamheden geen 'gerede kans' lopen op blootstelling aan biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 bij de arbeid de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht genomen en worden de noodzakelijke hygiënische voorzieningen getroffen.

Normen, richtlijnen en dergelijke

  • Er zijn geen wettelijke grenswaarden vastgesteld voor de blootstelling aan biologische agentia.
  • Norm NEN4444:2010nl Overdrukfiltersystemen - Eisen voor ontwerp, leveringsvoorwaarden, installatie en gebruik

Vallen in containers

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

In de Milieustraat bestaat het risico op vallen van hoogte. De vallende persoon kan in een container belanden of in de opening waar een container is verwijderd. Het letsel daarbij varieert van een schaafwond, knieblessure of letsel tot aan kneuzing van ledematen, botbreuken of een hersenschudding.

De afvalcontainers op de milieustraat moeten voor burgers en medewerkers goed bereikbaar zijn, maar mogen niet leiden tot mensen die in de containers vallen. Containers in de milieustraat dienen daarom makkelijk toegankelijk te zijn en toch goed afgeschermd te zijn tegen het in de container vallen.

 

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid 
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.15 Arbobesluit inzake Markering gevaarlijke plaatsen 
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering 
  • Hoofdstuk 8 Arboregeling inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering, met name artikel 8.10 inzake Soorten borden
  • Waar valgevaar bestaat is zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht of het gevaar is tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen. 
  • Er kan bij een hoogteverschil van minder dan 2,5 meter sprake zijn van valgevaar die de voorzieningen uit de vorige zin noodzakelijk maken. De voorzieningen zijn in elk geval noodzakelijk bij de aanwezigheid risico verhogende omstandigheden, openingen in vloeren of als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen.
Meer informatie: 

Tillen en dragen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Het tillen van (zware) lasten is de bekendste vorm van lichamelijke belasting. Of een tilsituatie in het werk toelaatbaar is of niet, hangt van verschillende factoren af. Het gewicht is uiteraard een belangrijke factor, maar de afstand tot het lichaam, de tilhoogte, een eventuele rotatie en de frequentie van het tillen spelen ook een belangrijke rol.
Het maximum tilgewicht met twee armen is 23 kg onder ideale omstandigheden. Als de tilsituatie niet ideaal is, bijvoorbeeld tillen met één arm dan geldt een lager gewicht als maximum. Regelmatig zwaar tillen en dragen leidt tot overbelasting van rugspieren en tussenwervelgewrichten. Het verminderen van fysieke belasting als gevolg van tillen of dragen tot een veilige tilsituatie vraagt daarom om een actieve aanpak.

Wet- en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 5 Arbobesluit inzake Fysieke belasting (art. 5.1 t/m 5.6)

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 
  • Analyse van ongevallen in de afvalsector 1998-2009, RIVM
  • Website van TNO over fysieke belasting met Wegwijzer fysieke belasting
  • Website van FNV Bondgenoten met rekentool op basis van de NIOSH-methode
  • De NIOSH-methode stamt uit 1994 en is voor deskundigen hier terug te vinden in het engels, met informatie over de toepassing van de formule voor het handmatig tillen. 'NIOSH’ staat overigens voor het National Institute for Occupational Safety and Health in de Vereniging Staten.

Pagina's