Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Er is inhoudelijke overeenstemming tussen werknemers en werkgevers over deze Maatregel

Kwartsstof bij beladen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand en de overslag van bouw- en sloopafval. In dit onderdeel zijn de maatregelen vermeld bij vrijkomen van kwartsstof in de buitenlucht tijdens de inzameling van bedrijfsafval.

Het vrijkomen van kwartsstof uit bouw- en sloopafval is zeer beperkt, omdat de inzameling hoofdzakelijk gebeurt met afzetcontainers en bigbags die op het voertuig worden neergezet en niet worden overgestort in de nabijheid van mensen. Uit metingen blijkt dat de blootstelling aan kwartsstof tijdens de belading van bouw- en sloopafval zeer gering is, namelijk onder de detectiegrens (<1 µg/m³); de concentratie onder de detectiegrens is met de huidige methoden niet te meten. De wettelijk verplichte maatregelen voor kankerverwekkende stoffen zijn desondanks nodig om de stofconcentratie zo laag mogelijk te houden.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof bij de belading van bouw- en sloopafval te voorkomen, zijn niet of nauwelijks te realiseren. Desondanks blijft de blootstelling aan kwartsstof tijdens de inzameling zo laag als mogelijk, in elk geval onder de wettelijke grenswaarde. Bij het ontstaan van kwartsstof bij puinbreekinstallaties en kwartsstof in hallen is het nemen van aanvullende maatregelen vaak wel noodzakelijk.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 2 inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering (art. 8.4)

Arbeidsomstandighedenregeling

  • Kwartsstof is vermeld op de wettelijke lijst van kankerverwekkende stoffen
  • Artikel 4.20 en Bijlage XIII, onder B van de Arboregeling
  • Wettelijke grenswaarde kwartsstof per 1-1-2007: 0,075 mg/m³ respirabele fractie TGG-8 uur
  • Artikel 8.10 en Bijlage XVIII Arboregeling inzake Soorten borden

Normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

Biologisch actief stof

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Beschrijving van de risicogroep: 

In de gehele branche komen medewerkers in contact met biologisch actief stof. 'Biologisch actief stof' is een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organisme (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten. De samenstelling van stof is ondermeer afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof.

De werkgever maatregelen moet nemen om blootstelling aan biologisch actief stof te voorkomen of te beperken indien de blootstelling eraan te hoog is. Voor de diverse deelsectoren binnen de afvalbranche zijn specifieke maatregelen opgesteld, die te vinden zijn op de webpagina's

Biologisch actief stof

Geluid | Lawaai

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Beschrijving van de risicogroep: 

Bij diverse werkzaamheden in de afvalbranche vindt blootstelling aan schadelijk lawaai plaats. Een te hoog geluidniveau beschadigt de trilhaartjes van het gehoor. Geluid is zeker te hard als je er tijdelijk, of blijvend, doof van wordt. Er is een vuistregel om een eerste schatting te maken of het geluidsniveau te hoog is, namelijk: als iemand op een afstand van 1 meter met stemverheffing moet spreken om verstaanbaar te zijn dan is het geluidsniveau zeker meer dan 80 dB(A). Een dagelijkse blootstelling aan meer dan 80 dB(A) is de schadelijkheidsgrens. Dan moet de werkgever maatregelen treffen.
Lawaai van een geluidbron boven de schadelijkheidsgrens veroorzaakt schade aan het gehoor die op termijn niet meer herstelt. Het gevolg van een gehoorbeschadiging is slechthorendheid waardoor iemand geluiden in de omgeving niet meer goed waarneemt. Iemand die slechthorend is geworden, kan zeer moeilijk een normaal gesprek voeren, laat staan genieten van een feestje en raakt vaak in een sociaal isolement. Slechthorendheid die door lawaai tijdens het werk is veroorzaakt, is een beroepsziekte en maakt de persoon min of meer gehandicapt.

Kwartsstof bij puinbreekinstallaties

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Het puin dat bij puinbrekers wordt geboden bestaat voornamelijk uit baksteen, cement en beton. In deze materialen komt kwarts voor dat door bewerking in stofvorm kan vrijkomen.

Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Kwartsstof staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen waarbij de kans op blootstelling tot het absolute minimum moet worden teruggebracht. Dat betekent nulblootstelling daar waar dit technisch uitvoerbaar is. De wet spreekt van ‘een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde’. De wettelijke grenswaarde is 0,075 mg/m3 waarboven geen blootstelling mag plaatsvinden.

Brekers zijn wettelijk verplicht na te gaan of en in welke mate medewerkers aan kwartsstof blootgesteld worden – of kunnen worden - en moeten passende maatregelen treffen in lijn met het streven om tot nulblootstelling te komen.

Het nemen van maatregelen aan de bron is niet eenvoudig, maar het vochtig houden en besproeien van materialen en het terrein werkt doeltreffend om de concentratie kwartsstof in de lucht laag te houden. Het nemen van maatregelen moet conform de arbeidshygiënische strategie gebeuren, waarbij achtereenvolgens bronaanpak, het inzetten van collectieve maatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen als tijdelijke maatregel het uitgangspunt vormen.

Mogelijke technische maatregelen om stofvorming (emissie) van kwartsstof te minimaliseren zijn:

  • sproeien van water in de brekermond
  • sproeien van water op overslagpunt van puin/granulaat
  • vernevelen van water op de brekerinstallatie
  • bevochtigen van het terrein
  • bevochtigen van binnengekomen puin
  • windzifting van productstromen met filterinstallatie op afgevangen luchtstroom
  • stofafzuiging

Rijdend materieel rondom de brekerinstallatie moet voorzien zijn van een overdrukcabine met unit stoffilters.

Mogelijke organisatorische maatregelen bij buitenwerkzaamheden aan en rond de puinbreker om blootstelling te minimaliseren zijn:

  • minimaliseren van arbeidsduur
  • bovenwinds (met de rug in de wind) werken
  • operatorruimte inrichten als cabine met toevoer van verse lucht
  • toepassen van cabine met toevoer van verse lucht bij handpicking aan de uitvoerband
  • gebruiken van adembescherming met P3 filter

Bij een puinbreekinstallatie die in een hal is opgesteld, wordt het risico kwartsstof in hallen toegepast.

Wet en regelgeving: 

Arbowet, Arbobesluit en arboregelgeving

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 2 inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering (art. 8.4)

Arboregeling

  • Kwartsstof is vermeld op de wettelijke lijst van kankerverwekkende stoffen
  • Artikel 4.20 en Bijlage XIII, onder B van de Arboregeling
  • wettelijke grenswaarde kwartsstof per 1-1-2007: 0,075 mg/m³ respirabele fractie TGG-8 uur
  • Artikel 8.10 en Bijlage XVIII Arboregeling inzake Soorten borden

Normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

Brekerbedrijven treffen de maatregelen die op de bedrijfsvoering van de puinbreker zijn toegespitst. De maatregelen dienen te zijn gericht op verdere minimalisering van de blootstelling onder de grenswaarde en op nulblootstelling in de – nabije – toekomst.

Taken en verantwoordelijkheden

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
veiligheid

Doel

Het doel van dit document is het vastleggen van de taken en verantwoordelijkheden bij het uitvoeren van het veiligheidsbeleid van de organisatie. Bij het nemen van maatregelen is er specifiek aandacht voor gebrek aan taalbeheersing bij laaggeletterden en anderstaligen en voor de veiligheid van uitzendkrachten en vrijwilligers.

Welke groepen zijn er op een bedrijfsterrein?

De groepen zijn:

  1. Eigen personeel en stagiairs (vast en tijdelijk)
  2. Mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI)
  3. Uitzendkrachten
  4. Opdrachtnemers (aannemers)
  5. Vervoerders (vervoerders met VIHB registratieplicht, beroepsvervoerders en eigen vervoerders)
  6. Vrijwilligers
  7. Bezoekers (aanwezigen zonder werktaak)
Beschrijving van het risico: 

Wie is verantwoordelijk voor veiligheid?

Vooraf moet worden opgemerkt dat de verantwoordelijk voor veiligheid juridisch behoorlijk gecompliceerd is. In onderstaande tekst wordt getracht in begrijpelijke taal een samenvatting van de wettelijke regels te geven. Dit betekent dat de tekst niet volledig is en nuanceringen zijn weggelaten. In de praktijk is er veel verwarring over de juiste interpretatie van de regels binnen bedrijven, al geven gerechtelijke uitspraken (jurisprudentie) veel houvast. Het verdient aanbeveling om bedrijfsjurist of externe jurist te raadplegen bij het opstellen van veiligheidsregels in het bedrijf en het houden van toezicht op de naleving ervan.

Verantwoordelijkheid werkgever

Uitgangspunt is dat iedere werkgever verantwoordelijk is voor de veiligheid van zijn eigen werknemers en van personen die onder zijn gezag werken zoals ingeleend personeel. Het afvalbedrijf (de inrichting) is verantwoordelijk voor de veiligheid en de gezondheid van de mensen die op het bedrijfsterrein komen en werken. Het gaat daarbij niet alleen om het eigen (ingehuurde) personeel en opdrachtnemers, maar ook om de veiligheid en gezondheid van bezoekende vervoerders en derden die geen werkzaamheden verrichten.

De werkgever van het afvalbedrijf is verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel en stagiairs. Het afvalbedrijf is ook verantwoordelijk voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt (SROI) die als onderdeel van een aanbesteding of overeenkomst verplicht worden ingehuurd of in dienst genomen zoals bijstandgerechtigden en reïntegrerende werknemers. Dit betekent ondermeer zorg voor een veilige werkomgeving en werkplek en de veilige uitvoering van de werkzaamheden waaronder de arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen die gebruikt worden.

Opdrachtgever

Het afvalbedrijf in de rol van opdrachtgever heeft de wettelijke verplichting om bij het verstrekken van de opdracht (aanbesteding) vast te stellen welke veiligheids- en gezondheidsaspecten van belang zijn bij de uitvoering van de werkzaamheden. De inlenende werkgever (opdrachtgever) is de primair verantwoordelijke partij voor het waarborgen van de veiligheid en de gezondheid, zoals het toezien op het dragen van zichtkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen, van uitzendkrachten die onder zijn toezicht en leiding arbeid verrichten, ook al heeft betrokkene een arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau (opdrachtnemer) dat verantwoordelijk is voor het selecteren, begeleiden en inzetten van betrokkene(n) voor het werk bij de inlenende partij. Opdrachtgever kan bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van een algemene opleiding en het beschikbaar stellen van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het uitzendbureau leggen mits schriftelijk overeengekomen. De tekst van de paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van uitzendkrachten is verplicht.

Opdrachtnemer

Opdrachtnemers zijn bedrijven die voor bepaalde werkzaamheden (de opdracht) worden ingehuurd. Opdrachtnemers zijn bijvoorbeeld aannemers (contractors), onderaannemers (subcontractors), en ZZP-ers. De werknemers van een externe partij (opdrachtnemer) werken onder het gezag van de opdrachtnemende werkgever. De laatste is primair verantwoordelijk voor het borgen van de veiligheid en gezondheid van de werknemers die onder zijn gezag werken.

Hoewel ZZP-ers (zelfstandige opdrachtnemers) niet onder het gezag van de opdrachtgever vallen, geldt dat zij voor de arboregels (vrijwel) gelijk gesteld worden aan het eigen personeel, zeker als de opdracht in samenwerking met de eigen werknemers van de opdrachtgever wordt uitgevoerd.

Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Veiligheid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo moet de opdrachtgever bijvoorbeeld zorgen voor een veilige werkomgeving (door risicoanalyse en adequate beheersmaatregelen) en de geldende veiligheidsregels binnen zijn inrichting in een aantoonbare afspraak (contract/overeenkomst) met de opdrachtnemer vastleggen. De opdrachtnemer is zelf verantwoordelijk voor de arbeidsmiddelen die ze meenemen en inzetten (keuringen, ontwerpeisen als machinerichtlijn, bijhorende opleidingen van zijn werknemers en het houden van toezicht). In geval van een incident zal Inspectie SZW altijd de feitelijke situatie onderzoeken en nagaan of zowel de opdrachtnemer (de werkgever van een slachtoffer) als de opdrachtgever hun verplichtingen hebben nageleefd.

Overige rollen

Als er op of buiten het bedrijfsterrein van het afvalbedrijf meerdere werkgevers leiding aan werkzaamheden geven, dan dient de opdrachtgever – dus het afvalbedrijf, altijd vooraf met de opdrachtnemer(s) af te spreken en (contractueel) vast te leggen wie voor welke veiligheidsaspecten verantwoordelijk is.

Vervoerders

Vervoerders werken niet in opdracht van afvalbedrijven, maar voeren wel werkzaamheden met en aan hun voertuig uit op diens locatie. Het afvalbedrijf dient huisregels voor de veiligheid op het bedrijfsterrein op te stellen, deze duidelijk en eenduidig kenbaar te maken en toezicht te houden op de naleving ervan. Onder huisregels vallen bijvoorbeeld verkeersregels, scheiding van zones en veiligheidssignaleringen die eenduidig en duidelijk zijn aangebracht op voor chauffeurs en bezoekers goed zichtbare plaatsen; pictogrammen hebben de voorkeur boven tekst vanwege taalbarrières. Deze groep bestaat uit vervoerders die vallen onder de registratieplicht VIHB en vervoerders die vallen onder de Wet Wegvervoer Goederen (beroepsvervoerder en eigen vervoerder).

Vrijwilligers

Soms worden vrijwilligers ingezet bij de inzameling van oudpapier. Een inzamelbedrijf is daarbij niet slechts faciliterend door het ter beschikking stellen van een inzamelvoertuig met chauffeur, maar heeft als opdrachtgever de verantwoordelijkheid voor ondermeer het verstrekken van zichtkleding, persoonlijke beschermingsmiddelen, en de instructie voorafgaand aan de papierinzameling, en het houden van toezicht op het dragen van zichtkleding, het gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen, en het naleven van de veiligheidsvoorschriften tijdens de papierinzameling. Binnen de branche wordt ingezien dat er aan het werken met vrijwilligers bijzondere veiligheidsrisico’s verbonden zijn en het beter is om deze reden uitsluitend goed opgeleide professionals in te zetten. Echter lokale overheden vereisen in aanbestedingen en lopende contracten nog de inzet van vrijwilligers van plaatselijke verengingen. De paragraaf Instructies geven en toezicht houden van onderstaande maatregel Zorgen voor veiligheid van vrijwilligers is verplicht.

Bezoekers

Voor de veiligheid van bezoekers is het afvalbedrijf, de eigenaar of gebruiker van het bedrijfsterrein, verantwoordelijk.

Veiligheid en communicatie

Het niet voldoende begrijpen van mondelinge en schriftelijke veiligheidscommunicatie zoals regels, geboden en verboden leidt tot miscommunicatie, mogelijk met een ongeval tot gevolg. Voorbeelden van communicatie over veiligheid zijn:

  • trainingen en onderricht
  • instructies, werkoverleg en toolboxmeetings tijdens het werk
  • mondelinge instructies en veiligheidswaarschuwingen op het werk die betrokkene zelf onvoldoende kan geven aan een ander of niet goed kan begrijpen van een ander
  • veiligheidsdocumentatie zoals bedrijfsregels, terreinregels, instructiefilm, laad- en losinstructies, noodprocedure bij calamiteit/alarm/ongeval/ontruiming
  • pictogrammen zoals op waarschuwingsborden en in bedieningsfuncties
  • specifieke instructies, gebruikshandleidingen, procedures en dergelijke
  • communicatie bij een dreigend incident of calamiteit

Taaleis bij gereglementeerde beroepen

Voorbeelden van gereglementeerde beroepen zijn asbestverwijderaar, machinist mobiele bouwkraan (art. 7.32 Arbobesluit) en veiligheidskundige. Voor het uitoefenen van gereglementeerde beroepen, met name beroepen waarvoor een certificaat nodig is, geldt een wettelijke taaleis. Certificaathouders moeten de Nederlandse taal beheersen. Indien een groep samenwerkende mensen onderling in een andere taal begrijpelijk communiceert, is dat toegestaan. Ook bij functies waarin werkzaamheden met gevaarlijk afval worden verricht zoals het inzamelen van chemisch afval (bij bedrijven, de Milieustraat en chemokar), is aandacht voor voldoende taalbeheersing vereist.

Extreme weersomstandigheden

Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor. Voorbeelden zijn hevige wind en windstoten met stormkracht, gladheid door sneeuw en ijzel, tropische temperaturen tijdens de zomermaanden en onweer met zware regenbuien. Het weer beïnvloedt direct het werk in de afvalbranche, maar er kunnen heel grote verschillen tussen de regio’s in Nederland optreden. Dat maakt dat het beoordelen van de lokale weersomstandigheden alleen ter plekke kan worden gedaan. De actuele weersomstandigheden per regio zijn op het internet en via de radio uitstekend te volgen, met name als er sprake is van een weeralarm.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 1 Arbowet inzake Definities
  • Artikel 3 lid 1 onder a en b Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 10 Arbowet inzake Voorkomen van gevaar voor derden
  • Artikel 16 Arbowet inzake Nadere regels met betrekking tot arbeidsomstandigheden alsmede uitzonderingen op en uitbreidingen van toepassingsgebied
  • Artikel 19 Arbowet inzake Verschillende werkgevers

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 1.5ha Arbobesluit inzake Taaleis bij gereglementeerde beroepen
  • Artikel 6.1 lid 2 Arbobesluit inzake Temperatuur
  • Artikel 7.18 lid 9 Arbobesluit inzake Hijs- en hefwerktuigen
  • Artikel 7.20 lid 1 Arbobesluit inzake Hijs- en hefgereedschap
  • Artikel 7.23 lid 11 Arbobesluit inzake Gebruik van arbeidsmiddelen voor tijdelijke werkzaamheden op hoogte
  • Artikel 7.23a lid 1 onder a Arbobesluit inzake Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van ladders en trappen
  • Artikel 7.34 lid 1 Arbobesluit inzake SteigersArtikel 7.34 lid 1 Arbobesluit inzake Steigers
  • Artikel 9.1 Arbobesluit inzake Verplichtingen van de werkgever
  • Artikel 9.2 Arbobesluit inzake Verplichtingen werkgever bij plaatsonafhankelijke arbeid
  • Artikel 9.3 Arbobesluit inzake Verplichtingen van de werknemer
  • Artikel 9.4 Arbobesluit inzake Verplichtingen werknemer bij plaatsonafhankelijke arbeid
  • Artikel 9.5 Arbobesluit inzake Verplichtingen van zelfstandigen en meewerkende werkgevers
  • Artikel 9.5a Arbobesluit inzake Verplichtingen van degene bij wie vrijwilligers werkzaam zijn
  • Artikel 9.6 Arbobesluit inzake Verplichtingen van de opdrachtgever

Overige regelgeving

  • Bijlage 2 artikel 6 VLG inzake Weersomstandigheden (Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen)
Meer informatie: 

Beleidsuitgangspunten

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Beschrijving van de risicogroep: 

Om ongevallen te voorkomen is het noodzakelijk dat er duidelijke afspraken over het veiligheidsbeleid op een bedrijfsterrein vastgelegd worden.

In dit onderdeel van de arbocatalogus komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Bedrijfshulpverlening
  • Onderdelen van de arbocatalogus
  • Pandemische paraatheid
  • Taken en verantwoordelijkheden

Bedrijfshulpverlening

Alle aspecten van de bedrijfshulpverlening (bhv) komen aan de orde, te weten de bhv-organisatie, voorzieningen voor bhv, en het bhv-plan.

Onderdelen van de arbocatalogus

Op de betreffende webpagina is een overzicht van alle onderdelen van de Arbocatalogus Afvalbranche en de status ervan beschikbaar. De website is ingericht volgens een vaste structuur, namelijk als volgt:

Activiteit ---> Risicogroep ---> Risico (gevaar) ---> Maatregelen

Pandemische paraatheid

De afvalbranche heeft een protocol opgesteld voor pandemische paraatheid. Dit is gebaseerd op en komt voort uit de gedachte om de opgedane ervaringen tijdens de coronatijd vast te leggen volgens de richtlijnen van rijksoverheid en RIVM.

Taken en verantwoordelijkheden

De taken en de verantwoordelijkheden van de werkgever voor het eigen personeel komen aan de orde. Er wordt aandacht gegeven aan bijzondere doelgroepen zoals mensen met afstand tot de arbeidsmarkt, uitzendkrachten, opdrachtnemers, vervoerders, vrijwilligers, en bezoekers. De werkgever is niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid van het eigen personeel, maar heeft ook een zorgplicht voor de veiligheid van de hiervoor genoemde groepen. Het is noodzakelijk dat afspraken over de samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer worden vastgelegd, bijvoorbeeld over de eisen bij de selectie van personeel, de vereiste taalbeheersing, instructie, training en opleiding die kritisch is voor het waarborgen van de veiligheid, en het toezicht op de naleving van regels.

Meer informatie: 

Pagina's