Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers

Er is inhoudelijke overeenstemming tussen werknemers en werkgevers over deze Maatregel

Legionellabacterie

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Legionella is een bacterie waarvan inmiddels circa 43 soorten zijn aangetoond. De meest gevaarlijke variant is de Legionella Pneumophilia serotype 1, ook wel bekend als Legionella type 1. Deze variant kan legionellose veroorzaken, doordat men aerosolen in kan ademen die besmet zijn met deze bacterie. Aerosolen zijn zeer fijne waterdruppels (1 - 10 µm), vergelijkbaar met nevel uit een spuitbus. De drie vormen van legionellose zijn legionellapneumonie, een ernstige vorm van longontsteking, Pontiac fever, een minder ernstige, griepachtige aandoening en een zeldzaam voorkomende huidinfectie.

In de volksmond wordt legionellose ook wel “veteranenziekte” genoemd. Legionellapneumonie werd namelijk voor het eerst vastgesteld na een veteranenbijeenkomst in een hotel in de Verenigde Staten in 1976.
Overigens kunnen ook andere soorten legionella griepachtige verschijnselen veroorzaken.

Kenmerken van de veteranenziekte

De tijd tussen contact met de bacterie en het optreden van de ziekteverschijnselen (incubatieperiode) ligt bij veteranenziekte tussen de 6 en 19 dagen. De eerste symptomen lijken erg op (zeer) hevige griep: moeheid, zwakte, spierpijn, hoofdpijn en koorts boven de 39°C. Daarnaast zijn er symptomen die wijzen op longontsteking: pijn op de borst, hoesten en kortademigheid. Veteranenziekte kan goed behandeld worden met antibiotica. Dit neemt niet weg dat de kans op blijvende gezondheidsschade aanzienlijk is: ondermeer chronische vermoeidheid, concentratieproblemen en orgaanfalen. Dit leidt niet zelden tot (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. Als de longontsteking niet tijdig wordt vastgesteld, dan kan de persoon in kwestie aan de gevolgen van de longontsteking overlijden.

Infectiebron

Infectie vindt plaats door het inademen van de bacterie in zeer kleine druppeltjes water, verspreid in de lucht; dit worden aerosolen genoemd. De ziekte wordt niet van de ene mens op de andere overgebracht. Ook het drinken van met legionella besmet water leidt nooit tot veteranenziekte. Bij leidingwaterinstallaties vindt bij de tappunten verneveling van water plaats. De waterdruppels die hierbij vrijkomen kunnen de bacterie legionella bevatten indien de temperatuur van het water tussen de 20 en 50 °C is geweest.

Groei van legionella

Legionellabacteriën kunnen alleen groeien in aanwezigheid van zuurstof. Ze komen algemeen voor in zoet oppervlaktewater, waterreservoirs en waterinstallaties, meestal in lage concentraties. Als de temperatuur van het water zich tussen de 20°C en 50°C bevindt (met een optimum tussen de 30°C en 40°C), dan kan vermeerdering optreden. Als aan de temperatuurvoorwaarde is voldaan, dan kunnen de volgende factoren de kans op aangroei verder verhogen:

  • een lange verblijftijd van het water in het systeem, bijvoorbeeld in een uitgestrekt waterleidingsysteem
  • stagnatie van het water
    Periodieke stilstand van het water bij een temperatuur in het groeitraject bevordert de groei van de legionellabacterie.
  • de aanwezigheid van biofilm en sediment.
    Biofilmvorming wordt veroorzaakt door bacteriegroei op oppervlakten die in contact staan met water. Bepaalde eencellige organismen die zich voeden met de bacteriën in de biofilm of in sediment, kunnen als gastheer dienen voor de legionellabacterie. Hierbij vermeerdert de legionella zich in de gastheer tot hoge concentraties. Uiteindelijk sterft de gastheer en komen de legionellabacteriën in grote aantallen vrij in het water. 
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 4.84 inzake Biologische agentia, celculturen en micro-organismen
  • Artikel 4.85 inzake Nadere risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 4.87a Voorkomen of beperken van blootstelling
  • Artikel 4.87b inzake Maatregelen ter voorkoming of beperking van blootstelling aan legionellabacteriën bij het in bedrijf nemen en houden van een luchtbevochtigingsinstallatie en een waterinstallatie
  • In Artikel 4.87b wordt de maat voor de doeltreffendheid van de beheersmaatregelen op 100 kolonievormende eenheden (kve) legionellabacteriën per liter gesteld
  • Artikel 4.91 inzake Onderzoek en vaccins
  • Artikel 4.102 inzake Voorlichting en onderricht

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Besluit activiteiten leefomgeving voor veel bedrijven in plaats van omgevingsvergunning

  • Drinkwaterbesluit
  • Regeling legionellapreventie in drinkwater en tapwater
  • AI-09: Biologische agentia, 5e druk
  • AI-32: Legionella, 3e druk
  • NEN1006 - Algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties
Meer informatie: 
  • De legionellabacterie is ingedeeld in categorie 2 van de biologische agentia. Deze categorie kan bij de mens ernstige ziekte veroorzaken, waarvoor preventieve en curatieve maatregelen beschikbaar zijn. De bacterie groeit onder bepaalde omstandigheden maar verspreidt zich echter niet zelfstandig onder de bevolking.
  • Informatiedossier van de Rijksoverheid over het onderwerp Legionella
  • Legionellavraagbaak
  • Modelbeheersplan legionella-preventie in leidingwater - Eigenaar installatie verantwoordelijk
    Toelichting op de tijdelijke regeling Legionellapreventie in leidingwater
    Infoblad ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)
  • Op Infomil kan gezocht worden op legionella. Daar is ondermeer de brochure Legionella - Antwoorden op de 25 meestgestelde vragen van het Ministerie van VWS te vinden
  • Publicaties van ISSO, Rotterdam
    Stichting ISSO heeft meerdere publicaties uitgegeven met betrekking tot legionella:
    • P55.1: Handleiding legionellapreventie in leidingwater (2005)
    • P55.2: Zorgplicht legionellapreventie collectieve leidingwaterinstallaties (2005)
    • P55.3: Legionellapreventie in klimaatinstallaties (2008)
    • P55.4: Alternatieve technieken voor legionellapreventie in collectieve leidingwaterinstallaties (2008)
    • Kaart: Kaarten voorkomen legionella bij publicatie 30.5 (set van 10) (2003)
    • P55: Tapwaterinstallaties in woon- en utiliteitsgebouwen (2001)
    • Kleintje water (2003)
    • Kleintje Legionellapreventie (2007)

    Bovenstaande publicaties zijn te bestellen via de digitale winkel van ISSO.

  • Biofilmvormingspotentie van leidingmaterialen voor binneninstallaties - Meetresultaten en beoordeling, KIWA O&A, Nieuwegein, rapportnummer KOA 99.079, juni 1999
  • Water-werkbladen, Praktische uitwerking van de norm NEN1006
  • Doelmatige maatregelen voor legionellapreventie

Kwartsstof in hallen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Van alle soorten stof is kwartsstof het meest schadelijk. Kwarts is siliciumdioxide [CAS-nummer 14808-60-7] en zit in zand en in de meeste natuurlijke gesteenten. Veel bouwmaterialen bevatten kwarts en het zit dus ook in puin en bouw- en sloopafval (BSA). Kwartsstof kan vrijkomen bij de overslag, de opslag en het sorteren van bouw- en sloopafval. We noemen materiaal kwartshoudend als het voor meer dan 1% kwarts bevat. Het kwartsgehalte verschilt per soort (natuur)steen of samengesteld bouwmateriaal. Voorbeelden van materialen met een hoog kwartsgehalte zijn zandsteen (50%-90%), kalkzandsteen (30%-83%), beton en specie (25%-70%), cellenbeton (12%-44%), betonsteen (23%-40%) en baksteen (tot 30%). Hoe hoger het kwartsgehalte van het materiaal, hoe meer kwartsstof vrij kan komen.

Kwartsstof is heel fijn stof, dat niet of nauwelijks te zien is. Niet de aanwezigheid van kwartshoudende materialen is het belangrijkste probleem, maar het inademen van kwartsstof dat vrijkomt. Kwartsstof komt voornamelijk vrij bij het storten van zand, de overslag van afval, het vegen van vloeren en bij de mechanische bewerking zoals het sorteren en breken van bouw- en sloopafval en puin.

Bronmaatregelen om het vrijkomen van kwartsstof in de branche te voorkomen, zijn niet te realiseren. Toch zijn er methoden om de blootstelling aan kwartsstof te minimaliseren. Een simpele maatregel in werkruimten is het vermijden van vegen van de vloeren. Het bevochten van het buitenterrein van bijvoorbeeld opslagen en stortplaatsen is een effectieve maatregel om stofverspreiding te vermijden, ook bij de latere verwerking in hallen. Bij het sorteren en het verwerken van bouw- en sloopafval is het bevochtigen van het materiaal een adequate maatregel.

Kwartsstof bestaat uit hele kleine onoplosbare stofdeeltjes die diep in de longen terecht komen en daar bindweefselvorming veroorzaken. Dat wordt longfibrose of ook wel stoflongen (of silicose) genoemd. Het longweefsel kan dan minder zuurstof opnemen en wordt minder elastisch. Dat betekent dat iemand bij inspanning kortademig en benauwd wordt, gaat hoesten en last krijgt van pijn op de borst. Hoe meer stof iemand heeft ingeademd, hoe meer schade ontstaat. En die schade is niet meer te herstellen. De beschadiging van de longen gaat door ook al wordt de persoon niet meer blootgesteld aan kwartsstof. Het kwarts is dan namelijk nog in de longen aanwezig. Het verraderlijke is dat de meeste mensen in eerste instantie niet zoveel van merken; pas op latere leeftijd volgt kortademigheid en andere effecten van longaandoeningen.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1 t/m art. 4.7 en art. 4.10a t/m 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (art. 4.11 t/m 4.20)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 1 inzake Persoonlijke beschermingsmiddelen (art. 8.1, 8.2 en 8.3)
  • Hoofdstuk 8 Arbobesluit Paragraaf 2 inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering (art. 8.4)

Arboregeling

  • Kwartsstof is vermeld op de wettelijke lijst van kankerverwekkende stoffen
  • Artikel 4.20 en Bijlage XIII, onder B van de Arboregeling
  • wettelijke grenswaarde kwartsstof per 1-1-2007: 0,075 mg/m³ respirabele fractie TGG-8 uur
  • Artikel 8.10 en Bijlage XVIII Arboregeling inzake Soorten borden

Normen, richtlijnen en dergelijke

Meer informatie: 

Geluid | Lawaai

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Bij diverse werkzaamheden in de afvalbranche vindt blootstelling aan hoge geluidsniveaus plaats. Wanneer geluid te hard is, geeft het gehoorschade, want blootstelling aan een hoog geluidsniveau beschadigt de trilhaartjes van het gehoor. Naar mate het hoge geluidsniveau langer duurt, neemt de schade aan de trilhaartjes toe. Blootstelling aan lawaai boven de wettelijke normen (actiewaarden) wordt 'schadelijk geluid' of 'schadelijk lawaai' genoemd. De eerste actiewaarde is 80 dB(A).

Definitie

De woorden 'geluid' en 'lawaai' liggen in elkaars verlengde. Volgens het woordenboek is geluid een trillende beweging van de lucht die door het gehoororgaan wordt waargenomen. Lawaai is rumoer, de beleving van hard en hinderlijk geluid. De arboregelgeving gebruikt alleen de term 'lawaai'. Volgens de definitie in het Arbobesluit omvat de blootstelling aan lawaai alle op het werk aanwezige geluiden inclusief impulsgeluiden. Dit geluid of lawaai kan hinderlijk zijn, maar kan ook schadelijk zijn.

Bij een dagelijkse blootstelling (dagdosis) aan lawaai boven de wettelijke vastgelegde eerste actiewaarde is er sprake van 'schadelijk lawaai' of 'schadelijk geluid'; dan treedt schade aan het gehoor op.

Geluid is zeker te hard als je er tijdelijk doof van wordt. Er is een vuistregel om een eerste schatting te maken of het geluidsniveau te hoog is, namelijk: als iemand op een afstand van 1 meter met stemverheffing moet spreken om verstaanbaar te zijn dan is het geluidsniveau zeker meer dan 80 dB(A). Een dagelijkse blootstelling aan meer dan 80 dB(A) heet de eerste actiewaarde. Naast mogelijke schade door langdurige blootstelling aan geluid boven de eerste actiewaarde, kan ook een kortdurende zeer hoog geluidsniveau - zogenoemd pieklawaai met een geluidsdrukniveau hoger dan 135 dB(C) leiden tot schade van het gehoororgaan.
Lawaai van een geluidbron boven de eerste actiewaarde veroorzaakt schade aan het gehoor die niet meer herstelt, ook niet in de loop van de tijd. Het gevolg van gehoorbeschadiging is slechthorendheid waardoor iemand geluiden in de omgeving niet meer goed waarneemt. Iemand die slechthorend is geworden, kan zeer moeilijk een normaal gesprek voeren, laat staan genieten van een feestje en raakt vaak in een sociaal isolement. Slechthorendheid die door lawaai tijdens het werk is veroorzaakt, is een beroepsziekte en brengt een handicap die in meerdere of mindere mate invloed heeft op het sociale leven van betrokkene.

Voorbeelden van schadelijk lawaai in de afvalbranche zijn:

  • het dichtgooien van containers zonder demping op de kleppen
  • het lossen van een glascontainer
  • het persen van grof afval
  • het shredderen en balen van papier
  • het afladen van zwaar materiaal uit containers
  • gierende luchtventielen bij rioleringsbeheer
  • leegzuigen van straatkolken bij rioleringsbeheer
  • handmatig reinigen van objecten bij rioleringsbeheer
  • het toepassen van pompen
  • het in de directe omgeving aanwezig zijn bij het uitvoeren van straalwerkzaamheden
  • lawaaiige arbeidsmiddelen zoals veegmachine, bladblazer, kolkenzuiger enzovoorts
  • elektrische handgereedschappen zoals boormachine, schuurmachine enzovoorts

De werkgever is wettelijk verplicht om maatregelen te treffen om de blootstelling aan lawaai te voorkomen of te beperken. Deze verplichting geldt ook voor geluidhinder, dus als de dagelijkse geluidblootstelling de eerste actiewaarde niet overschrijdt. Bij overschrijding van de dagdosis is het nemen van maatregelen wettelijk verplicht. De te nemen maatregelen zijn niet branchespecifiek maar generiek, dus op iedere bedrijfstak van toepassing. Er zijn geen maatregelen specifiek voor de afvalsector op een enkele uitzondering na.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 9 lid 3 Arbowet inzake Melding en registratie van arbeidsongevallen en beroepsziekten
  • Artikel 11 onder b. Arbowet inzake Algemene verplichtingen van de werknemers

Arbeidsomstandighedenbesluit

Afdeling 3 van hoofdstuk 6 van het Arbobesluit inzake Lawaai

  • artikel 6.6 inzake Definities
  • artikel 6.7 inzake Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen en meten
  • artikel 6.8 inzake Maatregelen ter voorkoming of beperking van de blootstelling
  • artikel 6.9 inzake Weekgemiddelde
  • artikel 6.10 inzake Audiometrisch onderzoek
  • artikel 6.10a inzake Maatregelen bij gehoorbeschadiging
  • artikel 6.11 inzake Voorlichting en onderricht
  • artikel 6.27 inzake Arbeidsverboden jeugdige werknemers
  • artikel 6.29c inzake Schadelijk geluid (verbod op blootstelling van zwangere werknemer)
  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel 
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering 

Arbeidsomstandighedenregeling

  • Artikel 8.10 Arboregeling inzake Soorten borden 
  • Artikel 8.11 Arboregeling inzake Plaatsing van borden 
  • Gebodsbord ‘Gehoorbescherming verplicht’ uit bijlage XVIII van de Arboregeling

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Norm NEN-ISO 1999:2016 en. Akoestiek – Inschatting van gehoorverlies door lawaai
  • Norm NEN-EN-ISO 9612:2009 en. Akoestiek - Bepaling van de blootstelling aan geluid op de werkplek – Praktijkmethode
  • Norm NEN-EN 458:2016 Gehoorbeschermers - Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud - Praktijkrichtlijn
  • Norm NEN-EN 352-x (serie):2020 Gehoorbeschermers – Algemene eisen | Veiligheidseisen
Meer informatie: 

Biologisch actief stof (V)

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Medewerkers werkzaam in de afvalverbranding komen met name tijdens het werk in en rond de afvalstoffenbunker, in aanraking met biologisch actief stof. Bij het verbrandingsproces is het niet mogelijk om blootstelling aan biologisch actief stof geheel te voorkomen, wel kan de blootstelling worden geminimaliseerd en zodanig worden beperkt dat werknemers geen nadelige gezondheidseffecten van het stof ondervinden.

Definitie

In de afvalbranche is 'biologisch actief stof' een verzamelnaam voor deeltjes die in de lucht zweven waaraan zich verschillende componenten kunnen hechten, zoals chemische verbindingen, restanten van micro-organismen (endotoxinen en mycotoxinen) en andere organische oorsprong, en mogelijk levende micro-organismen (formeel biologische agentia genoemd); micro-organismen zijn bacteriën, virussen, schimmels en gisten.

Blootstelling

De samenstelling van biologisch actief stof is afhankelijk van het type afval en de opslagduur van het afval. De groei van de micro-organismen wordt voornamelijk gestimuleerd door de aanwezigheid van water, voedingsstoffen, en een gunstige temperatuur. Daarnaast spelen tijd, licht, zuurstofgehalte en de zuurgraad een rol. Een belangrijke voorwaarde om aan micro-organismen te worden blootgesteld is dat er een transportmedium aanwezig is. Transportmedia zijn dampen, vloeistofdruppels, vocht, vuil en stof.

Na de verbranding in de AEC, BEC of SVI is geen blootstelling aan micro-organismen te verwachten met uitzondering van het verhelpen van procesverstoringen op het verbrandingsrooster, de ontslakker en in de slakkenbunker wanneer afval onvolledig verbrand is.

Functies met blootstelling

De momenten waarop medewerkers van verbrandingsinstallaties worden blootgesteld aan biologisch actief stof zijn:

  • operator installatie reststoffen verwerking
  • schoonmaakpersoneel
  • onderhoudspersoneel
  • wachtchef installatie

Gezondheidseffecten

Medewerkers worden met name via inademing van stof en in mindere mate via huidopname. Biologisch actief stof moet dus niet in de ademzone voorkomen. Stof dat wordt ingeademd kan effecten in de luchtwegen geven, zoals ontstekingen of allergische reacties. Als het stof op de huid terecht komt, kan het infecties aan de huid veroorzaken en eczeem-achtige klachten geven.

Omdat de mens voor alles dat het lichaam binnendringt natuurlijke afweermechanismen heeft, zal niet elk contact met biologisch actief stof tot gezondheidseffecten leiden. Belangrijke factoren hierbij zijn de hoeveelheid stof, de samenstelling van het stof en de mate waarin deeltjes die aan het stof gehecht zijn ziekmakend vermogen hebben. De kans op gezondheidseffecten is bij werkzaamheden in de buitenlucht lager dan in een bunker vanwege de vermenging met schone lucht.

Welke maatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de blootstelling aan biologisch actief stof te beoordelen. Indien de blootstelling te hoog is, is het verplicht om maatregelen te nemen om de blootstelling te beheersen. Een zeer effectieve maatregel is het Gebruiken van een overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen. Bij zorgvuldig gebruik en periodiek onderhoud geeft de overdrukcabine voldoende bescherming tegen blootstelling aan biologisch actief stof. Daarnaast zijn ook onderstaande maatregelen verplicht; voor de inhoud van de betreffende maatregel in de tabel geheel onderaan op deze pagina:

  • Beschrijven biologisch actief stof en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over biologisch actief stof
  • Bieden goede sanitaire voorzieningen
  • Verbieden van roken, drinken en eten tijdens het werk
  • Vermijden van stof aan de bron
  • Aanbrengen van afgezogen omkasting
  • Afschermen van transportbanden
  • Paragraaf Wat is verplicht? van Dragen werkkleding op het bedrijfsterrein en in installaties
  • Minimaliseren blootstelling van werknemers
  • Aanbieden van vaccinatie hepatitis A, hepatitis B en tetanus
  • Medisch behandelen na prik- of snij-incident

Bij ongeval of incident met biologisch agens van categorie 3 of 4 dat kan leiden of heeft geleid tot besmetting van een werknemer:

  • Zo spoedig mogelijk melding aan Inspectie SZW doen

Bij blootstelling tijdens het werken met reststoffen:

  • zie voor aanvullende maatregelen bij het risico Reststoffen

Bij betreding van een hal:

  • toepassen procedures voor veiligstellen en werkwijze bij ketelrevisie
  • indien in het composteerbedrijf voorschreven: toepassen werkvergunning

Bij gebruik van arbeidsmiddelen zoals kranen, shovels en compactors:

  • gebruiken van overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen

Indien persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn om de blootstelling voldoende te beheersen conform de richtlijn adembescherming bij bioconversie van gft-afval

  • Gebruiken adembescherming stofblootstelling
  • Gebruiken persoonlijke beschermingmiddelen
  • Voorlichten over het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit

  • Artikel 4.1 t/m 4.5 en 4.10a t/m 4.10d Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen
  • Artikel 4.84 Arbobesluit inzake Biologische agentia, celculturen en micro-organismen
  • Artikel 4.85 Arbobesluit inzake Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 4.86 lid 2 of lid 3 Arbobesluit inzake Gevolgen categorie-indeling
  • Artikel 4.105 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.109 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden enkele biologische agentia

Conform artikel 4.86 lid 3 wordt, indien uit de resultaten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 4.85, blijkt, dat werknemers bij het verrichten van werkzaamheden geen 'gerede kans' lopen op blootstelling aan biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 bij de arbeid de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht genomen en worden de noodzakelijke hygiënische voorzieningen getroffen.

Bij verplichting tot het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen:

  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen

Normen, richtlijnen en dergelijke

  • Bij aanschaf van een nieuwe overdrukcabine: Norm NEN4444:2010nl Overdrukfiltersystemen - Eisen voor ontwerp, leveringsvoorwaarden, installatie en gebruik.
  • Er zijn geen wettelijke grenswaarden vastgesteld voor de blootstelling aan biologische agentia.
  • Voor zwaar-belaste reststoffen geldt een streefwaarde van 1 mg/m³ en voor licht-belaste reststoffen 3 mg/m³; raadpleeg de desbetreffende SDS-bladen voor reststoffen uit AEC, BEC en SVI.

Valgevaar bij storten bij hoogteverschil

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Bij werkzaamheden en storten (lossen) bij een stortgat, een bunker, een put of vanaf een verhoogd perron is sprake van gevaar voor vallen vanaf hoogte. Vanaf of in deze voorzieningen wordt afval gelost door het erin of er vanaf naar beneden te storten. Het voertuig rijdt achteruit tot aan de rand om te kunnen lossen. Gemorst afval wordt opgeruimd, soms gebeurt dit nabij de rand van een hoogteverschil. In dat geval is het niet mogelijk om minimaal 4 meter weg bij de rand te blijven of een vast hekwerk plaatsen waarmee vallen van hoogte wordt voorkomen.
Vallen van hoogte is een gevaar met grote kans op ernstig letsels of zelfs met dodelijke afloop.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid 
  • Artikel 5 Arbowet inzake Risico-inventarisatie en -evaluatie
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.2 Arbobesluit inzake Algemene vereisten arbeidsplaatsen
  • Artikel 3.15 Arbobesluit inzake Markering gevaarlijke plaatsen 
  • Artikel 3.16 Arbobesluit inzake Voorkomen valgevaar 
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Algemene vereisten veiligheids- en gezondheidssignalering 
  • Hoofdstuk 8 Arboregeling inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering, met name artikel 8.10 inzake Soorten borden
  • Waar valgevaar bestaat is zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht of het gevaar is tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen. Er kan bij een hoogteverschil van minder dan 2,5 meter sprake zijn van valgevaar die de voorzieningen uit de vorige zin noodzakelijk maken. De voorzieningen zijn in elk geval noodzakelijk bij de aanwezigheid risico verhogende omstandigheden, openingen in vloeren of als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen.

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Doelmatige voorzieningen bij valgevaar voldoen aan de volgende eisen:
    • Doelmatig hekwerk (of randbeveiliging) is niet noodzakelijk indien arbeid op meer dan 4,0 meter van de rand van het werkvlak wordt uitgevoerd én er duidelijke markering van de arbeidszone en de weg er naar toe is.
    • Doelmatig hekwerk (of randbeveiliging) is niet noodzakelijk indien arbeid op meer dan 2,0 meter van de rand van het werkvlak wordt uitgevoerd én de arbeidszone en de weg erheen zijn afgezet. 
    • Maximale openingen voor afwatering van werkvlak op hoogte: 8 cm.
    • Een doelmatig hekwerk (of randbeveiliging) heeft een leuning op een hoogte van minimaal 1,0 m boven het werkvlak, geen openingen groter dan 47 cm, en indien personen door vallende voorwerpen kunnen worden getroffen, een kantplank van minimaal 15 cm hoogte aansluitend op het werkvlak.
Meer informatie: 

Werken in ruimte vóór het uitdrukschot van een kraakperswagen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Bij de activiteit Inzamelen van huishoudelijk en bedrijfsafval worden kraakperswagens ingezet. De ruimte vóór het uitdrukschot van de kraakperswagen is een besloten ruimte. Het betreden van de ruimte vóór het uitdrukschot is alleen toegestaan na het nemen van de voorzorgsmaatregelen voor besloten ruimten.

Naast de algemene gevaren van het werken in een besloten ruimte, is de kans op zwaar lichamelijk letsel of de dood is zeer groot wanneer het uitdrukschot in werking treedt.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel; gasmeten is niet nodig indien de afvalopslagruimte van de kraakperswagen leeg is gestort
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Geven werkinstructie Betreden ruimte vóór het uitdrukschot van de kraakperswagen
  • Opstellen bhv-plan

De werkgever bepaalt in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf of er aanvullend andere beheersmaatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 15 Arbowet inzake Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.5g lid 1 Arbobesluit inzake Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie
  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
Meer informatie: 

Werken in kruipruimte

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Een kruipruimte is een lage ruimte onder de begane grondvloer van een woning of kantoorgebouw die veelal wordt bereikt door een kruipluik. Bij de activiteit rioleringsbeheer worden kortdurende werkzaamheden aan de binnenriolering verricht, zoals bij het verhelpen van een verstopping in een PVC-leiding.

Het werken in een kruipruimte brengt specifieke gevaren en risico's met zich mee. Gevaren die kunnen optreden zijn: bedwelming, beknelling, valgevaar, elektrocutie en vuile of vochtige ondergrond.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Meten gasconcentratie en damp-gas-luchtmengsel
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Treffen voorzieningen voor bedrijfshulpverlening
  • Organiseren van bedrijfshulpverlening rioleringsbeheer
  • Optioneel: Uitvoeren van LMRA kruipruimte

Belangrijk:

Er zijn specifieke maatregelen noodzakelijk bij het betreden van besloten ruimten zoals:

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

Artikel 3 Arbowet inzake arbobeleid
Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
Artikel 15 Arbowet inzake Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit

Artikel 3.5g lid 1 Arbobesluit inzake Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie

Meer informatie: 

Besloten ruimten AEC

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
AEC
Beschrijving van het risico: 

Voorbeelden van besloten ruimten bij afvalenergiecentrales (AEC) zijn: ketels, voedingswatertanks, demitank, ontslakkers, wastrappen, sproeidrogers, afvalwaterput enzovoort.

De verbrandingsoven is tijdens een onderhoudsstop vaak onderverdeeld in verschillende ruimten. De roostervloer is in ieder geval een besloten ruimte waarvoor het gehele veiligheidsregime geldt, dus ook mangatwacht. De vloeren daarboven worden in sommige bedrijven niet als besloten ruimte beschouwd, dit ter beoordeling van een veiligheidskundige. Indien het wel als besloten ruimte wordt beschouwd dan wordt gewerkt met een zonewacht.

De uit te voeren werkzaamheden in een besloten ruimte moeten in overleg met een veiligheidskundige (of anderszins deskundige) zeer goed voorbereid worden met alle benodigde risicobeperkende maatregelen.

Behalve besloten ruimte van verbrandingsactiviteiten, worden ook kruipruimtes, de ruimte onder de weegbrug en de werkkuil voor voertuigonderhoud als besloten ruimte aangemerkt; voor deze ruimten met laag risico gelden de voorwaarden voor het werken in een kruipruimte.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Aanwijzen zonewacht afvalenergiecentrales
  • Gebruiken waarschuwingsapparatuur
  • Toepassen werkvergunning besloten ruimte afvalenergiecentrales
  • Opstellen bhv-plan

De werkgever bepaalt in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf of er aanvullend andere beheersmaatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 15 Arbowet inzake Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.5g Arbobesluit inzake Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie
  • Artikel 3.8 Arbobesluit inzake Brandmelding en brandbestrijding
  • Afdeling 1 van Hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1, 4.1a, 4.2, 4.2a, 4.3 t/m 4.4.7, 4.10 at/m 4.10d)
  • Afdeling 1 en 2 van Hoofdstuk 7 Arbobesluit inzake Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden (art. 7.1 t/m 7.11a)
  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Besloten composteerruimte

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Beschrijving van het risico: 

Werken in besloten ruimten vindt bij bioconversie, composteerbedrijven en vergistingsinstallaties, bijvoorbeeld plaats bij werkzaamheden in composteerruimten, percolaatputten, tanks, trommels, zeven en hydrolysetunnels.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Gebruiken waarschuwingsapparatuur
  • Toepassen werkvergunning besloten ruimte bioconversie
  • Opstellen bhv-plan

De werkgever bepaalt in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf of er aanvullend andere beheersmaatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 15 Arbowet inzake Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.5g Arbobesluit inzake Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie
  • Artikel 3.8 Arbobesluit inzake Brandmelding en brandbestrijding
  • Afdeling 1 van Hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1, 4.1a, 4.2, 4.2a, 4.3 t/m 4.4.7, 4.10 a t/m 4.10d)
  • Afdeling 1 en 2 van Hoofdstuk 7 Arbobesluit inzake Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden (art. 7.1 t/m 7.11a)
  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering

Werken in gasgangen

Maatregeltype / statusstempel: 
Overeenstemming tussen werknemers en werkgevers
Maatregeltype / statusstempel
Beschrijving van het risico: 

Werken in besloten ruimten op stortterreinen vindt bijvoorbeeld plaats bij controle, onderhoud en drainage van gasputten, tunnels en ‘percolaatputten’. Een percolaatput is vaak diep, soms tot 20 meter, afhankelijk van de hoogte van de stortplaats. Onderin een put bevindt zich meestal percolaatwater met stinkende en schadelijke stoffen. Ook bij inspectie en schoonmaakwerkzaamheden kan het noodzakelijk zijn dat men een besloten ruimte moet betreden.

Bij het werken in de gasputten van het stortterrein is grote kans op de aanwezigheid van twee soorten gevaarlijke gas, namelijk:

  • Stortgas met als hoofdbestanddeel methaan (CH4). Aanwezigheid van methaan levert een vergroot risico voor brand- en ontploffingsgevaar (zie brand- en ontploffingsgevaar). Stortgas kan daarnaast leiden tot misselijkheid, hoofdpijn, bedwelming, benauwdheid of tot verstikking.
  • Zwavelwaterstof (H2S), ook wel waterstofsulfide genoemd. H2S is zeer giftig en heeft een sterke "rotte eieren" geur. Aanwezigheid van H2S kan hoofdpijn en misselijkheid veroorzaken. In hoge concentraties is H2S reukloos. Een hoge concentratie kan binnen een seconde tot bewusteloosheid en de dood leiden.

De uit te voeren werkzaamheden moeten in overleg met een veiligheidskundige (of anderszins deskundige) zeer goed voorbereid worden met alle benodigde risicobeperkende maatregelen.

Behalve besloten ruimten van stortplaatsen, worden ook kruipruimtes, de ruimte onder de weegbrug en de werkkuil voor voertuigonderhoud als besloten ruimte aangemerkt; voor deze ruimten met laag risico gelden de voorwaarden voor het werken in een kruipruimte.

Welke beheersmaatregelen zijn verplicht?

De werkgever is verplicht om de volgende beheersmaatregelen te nemen:

  • Beschrijven besloten ruimte en maatregelen in RI&E
  • Voorlichten over werken in besloten ruimte
  • Geven werkinstructie - Betreden van besloten ruimte
  • Gebruiken geschikte arbeidsmiddelen besloten ruimten
  • Aanwijzen mangatwacht
  • Gebruiken waarschuwingsapparatuur gasgangen
  • Communiceren bij betreden van besloten ruimte
  • Toepassen werkvergunning
  • Opstellen bhv-plan

De werkgever bepaalt in de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf of er aanvullend andere beheersmaatregelen worden genomen.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht
  • Artikel 15 Arbowet inzake Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 3.5g Arbobesluit inzake Gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie
  • Artikel 3.8 Arbobesluit inzake Brandmelding en brandbestrijding
  • Afdeling 1 van Hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (art. 4.1, 4.1a, 4.2, 4.2a, 4.3 t/m 4.4.7, 4.10 at/m 4.10d)
  • Afdeling 1 en 2 van Hoofdstuk 7 Arbobesluit inzake Arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden (art. 7.1 t/m 7.11a)
  • Artikel 8.1 Arbobesluit inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 Arbobesluit inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 Arbobesluit inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen
  • Artikel 8.4 Arbobesluit inzake Veiligheids- en gezondheidssignalering

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

Pagina's