Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie

Geaccordeerd door sociale partners en Nederlandse Arbeidsinspectie

DME bij laden en lossen

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Geldig tot: 
1 juli 2027
Labels: 
Gezondheid
DME
Beschrijving van het risico: 

In veel bedrijven worden in een loods, magazijn, op- of overslaghal goederen geladen en gelost. De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig rijdt naar binnen en wordt daar geparkeerd. Na het lossen en laden rijdt de bestelwagen, de vrachtwagen of ander voertuig weer naar buiten.

Tijdens het lossen en laden is de diesel aangedreven motor:

  • uitgeschakeld: de dieselmotor draait alleen tijdens het naar binnen en buiten rijden van het voertuig, of
  • stationair draaiend: het gebruik van een diesel aangedreven motor is nodig tijdens het laden en lossen in een omsloten ruimte zoals een magazijn, loods of op- of overslaghal.

In een aantal situaties treedt een piekbelasting op, omdat in een korte tijd (maximaal ½ tot 1 uur) de meeste bestelwagens, vrachtwagens en andere voertuigen naar binnen en naar buiten rijden. Indien er sprake is van een koude start geeft dit extra DME uitstoot.

Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • Het voertuig lost zelf buiten de omsloten ruimte, waarna op andere wijze (bijvoorbeeld met een elektrische heftruck) de goederen naar het magazijn, loods, op-, of overslaghal worden verplaatst.
  • Het verladen van goederen vindt plaats aan een dockshelter, waarbij de vrachtwagen, de bestelwagen of ander voertuig in de buitenlucht blijft.
  • Opslag van goederen en afvalstoffen vindt in de buitenlucht plaats.
  • De bestelwagen, vrachtwagen of ander voertuig is voorzien van een gasaandrijving met uitlaatkatalysator.
  • Het laden en lossen gebeurt niet met een diesel aangedreven motor maar bijvoorbeeld met een elektrische heftruck of een ander elektrisch aangedreven laad- en loshulpmiddel.
  • De voertuiggebonden diesel aangedreven applicaties worden tijdens het verblijf in de omsloten ruimte elektrisch aangedreven, zoals een aansluiting op krachtstroom.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

  • De bestelwagens en vrachtwagens zijn voorzien van een Euro 4, 5 of EEV-motor.
  • De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn voorzien van een effectief roetfilter.
  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.

Maatregelen:

  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Situatie 3

  • De bestelwagens en vrachtwagens met een Euro 3 motor of lager zijn niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • Indien de dieselmotor alleen wordt gebruikt om de omsloten ruimte in en uit te rijden, terwijl de motor uitgeschakeld is tijdens het laden en lossen:
    • verminderen DME van rijdend voertuig
    • alle aanvullende technische maatregelen
    • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • Bij stationair draaiende dieselmotor tijdens laden en lossen:
    • verminderen DME van stationair draaiende motor
    • alle aanvullende technische maatregelen
    • alle aanvullende organisatorische maatregelen
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (artt. 4.1 t/m 4.5, 4.10a, 4.10c en 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (artt. 4.11 t/m 4.20)
  • Artikel 4.105 lid 1 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.20c Arboregeling inzake Aanwijzing kankerverwekkend proces:
    Dieselmotoremissie staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen en processen
  • Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden:
    10 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Verplichte specifieke vervangingsmaatregelen, maatregelen bronaanpak, maatregelen conform de stand van de techniek en aanvullende technische en organisatorische maatregelen met als doel de blootstelling aan DME bij de activiteiten in de afvalbranche te voorkomen, te beperken of tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht en 1,03 µg/m3.
Meer informatie: 
  • Zie voor het gebruik van een dieselmotoren in een omsloten ruimte zoals een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME in een hal
  • Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
    Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?": 
    De uitstoot aan de bron is minimaal als:
    • Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.

Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.

Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.

  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

DME in een hal

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Geldig tot: 
1 juli 2027
Labels: 
Gezondheid
DME

In hallen zoals de composteerhal, de brekerhal, de sorteerhal en de opslag- en overslaghal worden shovels en kranen gebruikt waardoor er blootstelling aan dieselmotoremissie voorkomt. Op de dieselaangedreven motoren van vrachtwagens bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is DME bij laden en lossen van toepassing.

De werkgever moet dieselaangedreven arbeidsmiddelen uitfaseren of schriftelijk onder­bouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is. Het gaat in ieder geval om de volgende toepassingen, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn, namelijk elektrisch aangedreven:

  • transportbanden
  • palletwagens
  • hoogwerkers
  • compressoren
  • graafmachines tot in elk geval 30 ton; zie www.bouwmachines.nl
  • aggregaten

Bij grotere, stationaire machines dient de werkgever te beoordelen of het mogelijk is om deze op het elektriciteitsnet aan te sluiten.

[Bron: Basisinspectiemodule Dieselmotoremissie, Inspectie SZW, juli 2020]

Composteerhal

In veel composteerbedrijven worden in een hal organische afvalstoffen gecomposteerd. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het gft-afval op de juiste plaats brengen, de composteerinstallatie te voeden en compost weer af te voeren. Een probleem bij de metingen van DME in composteerinstallaties is de verstoring van de metingen van elementair koolstof (EC) door de in compost aanwezige organische en elementaire koolstof, hetgeen blijkt uit diverse onderzoeken.

Brekerhal

Bij een beperkt aantal bedrijven wordt puin inpandig gebroken. De brekerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de brekerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van het puin en het recyclinggranulaat worden shovels gebruikt. Shovels wordt gebruikt om de brekerinstallatie te voeden en de afvoer van recyclinggranulaat te verzorgen.

Sorteerhal

In veel bedrijven worden in een sorteerhal afvalstoffen gesorteerd. De sorteerinstallatie wordt doorgaans bedreven met krachtstroom. In enkele situaties wordt voor de sorteerinstallatie een dieselaggregaat toegepast voor het opwekken van stroom. Voor de handling van afvalstoffen worden shovels en kranen gebruikt. Shovels worden gebruikt om het afval op de juiste plaatst brengen, de sorteerinstallatie te voeden en gesorteerde monostromen weer af te voeren. Kranen worden gebruikt om afvalstoffen te sorteren en de sorteerinstallatie te voeden.

Op- en overslaghal

In overslaghallen worden bijvoorbeeld de gestorte afvalstoffen met behulp van shovels en sorteerkranen overgeslagen in containers of vrachtauto’s. De shovels zijn vaak niet alleen gebonden aan de overslaghal, maar rijden ook elders op het terrein. De sorteerkranen werken voornamelijk in de overslaghal en verplaatsen zich over korte afstanden tussen de sorteervakken.

Op het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal is van toepassing: DME bij laden en lossen.

Beschrijving van het risico: 

In omsloten ruimten zoals de hallen van brekerinstallaties, sorteerinstallaites, composteerinstallaties en overslaghallen gelden de volgende situaties.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

De afvalstoffen worden rechtstreeks in de containers voor aftransport gestort of de afvalstoffen worden met behulp van een elektrisch aangedreven sorteer- of portaalkraan overgeslagen of een krachtstroom aangedreven brekerinstallatie, sorteerinstallatie of composteerinstallatie.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
  • De shovel en sorteerkraan zijn voorzien van een Stage 3b of een Tier 4 motor.
  • De shovel en sorteerkraan met een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor zijn voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze langer dan 15 minuten per dag worden gebruikt
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.

Situatie 3

  • Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.
  • De shovel of sorteerkraan heeft een Stage 1, 2 of 3a of Tier 1, 2 of 3 motor of lager en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen voor activiteit E (werken met shovels en sorteerkranen in op- en overslaghallen) en activiteit K (gebruik van dieselaangedreven shovel tijdens het breken van puin in een brekerhal):

  • treffen maatregel aan shovel of kraan in omsloten ruimte
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen, indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Maatregelen voor activiteit L (gebruik van dieselmotor tijdens sorteren van afval in een sorteerhal) en activiteit M (gebruik van dieselmotor in een composteerhal):

  • beperken emissie van dieselmotor in omsloten ruimte
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
  • gebruiken overdrukcabine op mobiele arbeidsmiddelen indien deze doorgaans langer dan 15 minuten per dag in een omsloten ruimte (hal) wordt gebruikt.

Het gebruik van een dieselaggregaat in een hal is niet toegestaan omdat er een alternatief beschikbaar; zie Overige blootstelling aan DME.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (artt. 4.1 t/m 4.5, 4.10a, 4.10c en 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (artt. 4.11 t/m 4.20)
  • Artikel 4.105 lid 1 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.20c Arboregeling inzake Aanwijzing kankerverwekkend proces:
    Dieselmotoremissie staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen en processen
  • Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden:
    10 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht per 1 juli 2020

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Verplichte specifieke vervangingsmaatregelen, maatregelen bronaanpak, maatregelen conform de stand van de techniek en aanvullende technische en organisatorische maatregelen met als doel de blootstelling aan DME bij de activiteiten in de afvalbranche te voorkomen, te beperken of tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht en 1,03 µg/m3.
Meer informatie: 
  • Zie voor het gebruik van een dieselmotor bij het laden en lossen in een magazijn, loods, opslaghal of overslaghal: DME bij laden en lossen
  • Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
    Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?": 
    De uitstoot aan de bron is minimaal als:
    • Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.

Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.
Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.

  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

Overige blootstelling aan DME

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Geldig tot: 
1 juli 2027
Labels: 
Gezondheid
DME

In een omsloten ruimte die niet wordt beschreven in DME bij gebruik van heftruck, DME bij laden en lossen, DME in een hal of DME bij voertuig onderhoud, wordt de blootstelling aan dieselmotoremissie in kaart gebracht door de bronnen van dieselaangedreven motoren, de blootgestelde personen en de tijdsperiode te inventariseren.

Voorbeelden van overige blootstelling aan DME zijn niet-voertuig gebonden compressoren en aggregaten; dit zijn op zichzelf staande arbeidsmiddelen die gebruikt worden om elektriciteit, perslucht of mechanische energie te leveren zoals de aandrijving van een shredder of een noodstroomaggregaat.

De werkgever moet dieselaangedreven voertuigen of arbeidsmiddelen uitfaseren of schriftelijk onder­bouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is. Dit geldt ook voor buitensituaties. Het gaat in ieder geval om de volgende toepassingen, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn zoals elektrsch aangedreven:

  • transportbanden
  • palletwagens
  • hoogwerkers
  • compressoren
  • graafmachines tot in ieder geval 30 ton; zie www.bouwmachines.nl
  • aggregaten

Bij grotere, stationaire machines dient de werkgever te beoordelen of het mogelijk is om deze op het elektriciteitsnet aan te sluiten.

Bij wegwerkzaamheden is een goede bronmaatregel het volledig omleiden van het verkeer. Dit voorkomt blootstelling als gevolg van langsrijdende dieselauto's of dieseltrucks.

Beschrijving van het risico: 

Bij overige activiteiten met motoren gelden de volgende situaties.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • De vast opgestelde motoren zijn elektrisch aangedreven of zijn voorzien van een LPG-aangedreven motor met uitlaatkatalysator of een aardgas aangedreven of een waterstof aangedreven motor.
  • De dieselaangedreven motoren staan buiten de omsloten ruimte in de buitenlucht of in een aparte afgesloten ruimte opgesteld, waarbij de uitlaatgassen niet via deuren en ramen weer in de omsloten ruimte kunnen komen. De bediening van deze arbeidsmiddelen vindt buiten de omsloten ruimte plaats.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

Er is sprake van DME blootstelling die beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek; dat wil zeggen er wordt één maatregel toegepast uit de volgende 3 maatregelen:

  • De uitlaatgassen van vast opgestelde dieselaangedreven motoren, zoals compressoren en aggregaten, worden via gesloten systeem buiten de binnenruimte geleid.
  • Alle dieselaangedreven motoren zijn voorzien van een Euro-6 motor, een Stage 3b motor of Tier 4 motor.
  • Alle dieselaangedreven motoren zijn voorzien van een EEV of Euro-5 motor of lager met een effectief roetfilter, een Stage 3a motor of lager met een effectief roetfilter of een Tier 3 motor of lager met een effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • alle aanvullende technische maatregelen die van toepassing zijn
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen die van toepassing zijn

Situatie 3

Er is sprake van DME blootstelling die niet beheerst wordt door een vervangingsmaatregel, een maatregel bronaanpak of door een maatregel conform de stand der techniek.

Maatregelen:

  • gebruiken van niet-voertuig gebonden compressor of aggregaat
  • treffen maatregel bij overige DME-bronnen
  • alle aanvullende technische maatregelen die van toepassing zijn
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen die van toepassing zijn
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (artt. 4.1 t/m 4.5, 4.10a, 4.10c en 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (artt. 4.11 t/m 4.20)
  • Artikel 4.105 lid 1 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.20c Arboregeling inzake Aanwijzing kankerverwekkend proces:
    Dieselmotoremissie staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen en processen
  • Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden:
    10 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht per 1 juli 2020

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Verplichte specifieke vervangingsmaatregelen, maatregelen bronaanpak, maatregelen conform de stand van de techniek en aanvullende technische en organisatorische maatregelen met als doel de blootstelling aan DME bij de activiteiten in de afvalbranche te voorkomen, te beperken of tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht en 1,03 µg/m3.
Meer informatie: 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) informatie Dieselmotoremissie (DME):
    Op de website van NLA staat als antwoord op de Veel gestelde vraag: "Aan welke Stage- of Euronorm moet een dieselapparaat of -voertuig voldoen?": 
    De uitstoot aan de bron is minimaal als:
    • Uw dieselaangedreven wegvoertuig aan de meest recente Euronorm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur met een vermogen tussen 19 en 560 kW aan de meest recente Stage-norm voldoet, of;
    • Uw dieselaangedreven apparatuur is voorzien van een (retrofit) roetfilter.

Voor dieselaangedreven apparatuur met een vermogen <19 kW of >560 kW die voldoet aan de meest recente Stage-norm is ook een (retrofit) roetfilter vereist. In beide gevallen is de Stage-norm namelijk nog relatief 'ruim', waardoor machines van deze 2 categorieën nog relatief veel DME-blootstelling veroorzaken.

Het gebruik van dieselapparatuur met een minimale uitstoot ontslaat werkgevers niet van de verplichting om te vervangen waar dat technisch mogelijk is. Vóór het investeren in schonere dieselapparatuur of roetfilters, doen werkgevers er daarom goed aan om de mogelijkheden voor vervanging te onderzoeken.

  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

DME bij voertuig onderhoud

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Geldig tot: 
1 juli 2027
Labels: 
Gezondheid
DME
Beschrijving van het risico: 

Tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter komt een hoeveelheid roetdeeltjes vrij. Om de blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen dient de werkwijze van de volgende maatregel gevolgd te worden.

Maatregel:

  • geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter.

Voor een onderhoudsbeurt rijden kranen, vrachtauto’s, bestelwagens en shovels de onderhoudswerkplaats naar binnen, daarna vindt onderhoud plaats en tot slot rijden ze weer naar buiten. Een bezwarende factor is de koude start. Tijdens het onderhoud wordt de dieselmotor van het voertuig getest.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • Dieselaangedreven voertuigen worden met behulp van andere hulpmiddelen in en uit de onderhoudswerkplaats gereden.
    Opmerking: gedurende de looptijd van de Arbocatalogus wordt nagegaan of dit realiseerbaar is.
  • Bij het testen en proefdraaien van dieselmotoren is situatie 1 niet van toepassing omdat DME inherent vrijkomt en het niet mogelijk is om de bron weg te nemen.

Maatregelen: geen.

Situatie 2

Dieselaangedreven voertuigen rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in of uit.

  • Er is een rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat. Deze wordt bevestigd voordat het voertuig naar binnen rijdt. 

  • Vrachtauto's en bestelwagens zijn voorzien van een Euro-6 of een motor met een effectief roetfilter.
  • Kranen en shovels hebben een Stage 3b of een Tier 4 motor of zijn voorzien van een effectief roetfilter.
  • Tijdens het testen en proefdraaien van een dieselmotor is er rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.

Maatregelen:

  • treffen aanvullende technische maatregelen bij voertuigonderhoud
  • treffen aanvullende organisatorische maatregelen bij voertuigonderhoud
  • geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter
    Toelichting: Om blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter te vermijden, draagt de werknemer een halfgelaatsmasker met filter A2P3 zoals in de werkinstructie is beschreven.

Situatie 3

Dieselaangedreven voertuigen rijden op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in of uit.

  • Er is geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat aangesloten voordat het voertuig naar binnen rijdt.
  • Een dieselaangedreven voertuig met een ontregelde motor (ongeacht het type motor), een EEV of een voertuig met Euro-5 motor of lager of Stage 1, 2 of 3a zonder effectief roetfilter, of Tier 1, 2 of 3 motor zonder effectief roetfilter rijdt op eigen kracht de onderhoudswerkplaats in en uit.
  • Tijdens het testen en proefdraaien van een dieselmotor is er geen rechtstreekse afvoer van de uitlaatgassen door middel van een afvoerslang op de uitlaat.

Maatregelen:

  • verminderen van DME-blootstelling in werkplaats
  • treffen aanvullende technische maatregelen voertuigonderhoud
  • treffen aanvullende organisatorische maatregelen voertuigonderhoud
  • geven werkinstructie bij vervangen van inbouw roetfilter
    Toelichting: Om blootstelling aan roetdeeltjes tijdens het vervangen van een inbouw roetfilter te vermijden, draagt de werknemer een halfgelaatmasker met filter A2P3 zoals in de werkinstructie is beschreven.
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (artt. 4.1 t/m 4.5, 4.10a, 4.10c en 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (artt. 4.11 t/m 4.20)
  • Artikel 4.105 lid 1 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.20c Arboregeling inzake Aanwijzing kankerverwekkend proces:
    Dieselmotoremissie staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen en processen
  • Bijlager XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden:
    10 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht per 1 juli 2020

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Verplichte specifieke vervangingsmaatregelen, maatregelen bronaanpak, maatregelen conform de stand van de techniek en aanvullende technische en organisatorische maatregelen met als doel de blootstelling aan DME bij de activiteiten in de afvalbranche te voorkomen, te beperken of tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht en 1,03 µg/m3.
Meer informatie: 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

DME bij afvalinzamelvoertuig

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Geldig tot: 
1 juli 2027
Labels: 
Gezondheid
DME
Beschrijving van het risico: 

Dit onderdeel is van toepassing tijdens de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen en bedrijfsafval met een inzamelvoertuig, waarbij de medewerker het grootste deel van een werkdag in de directe omgeving werkzaam is van een rijdende dieselaangedreven afvalinzamelwagen. De werkgever is wettelijk verplicht dieselaangedreven voertuigen uit te faseren of schriftelijk onder­bouwen waarom vervanging voor een specifieke toepassing niet mogelijk is. Dit geldt ook voor buitensituaties. Het gaat in ieder geval om (kleine) vrachtwagens en bestelwagens, waarvoor alternatieven beschikbaar zijn zoals een elektrisch aangedreven, een LPG-aangedreven, een waterstofaangedreven of gasmotor met uitlaatkatalysator, indien dit technisch haalbaar is.

Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

Er is géén blootstelling aan DME door bronnen in de werksituatie. De bron van DME is weggenomen. Er is een alternatief zonder dieselmotoremissies zoals een elektrisch aangedreven, een LPG-aangedreven, een waterstofaangedreven motor of een gasmotor met uitlaatkatalysator.

Maatregel: geen.

Situatie 2

De afvalinzamelwagen is voorzien van een Euro-6 motor of heeft een effectief roetfilter.

Maatregelen: 

  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle organisatorische maatregelen

Situatie 3

De afvalinzamelwagen is een EEV of heeft een Euro-5 motor of lager zonder effectief roetfilter.

Maatregelen:

  • beperken emissie van afvalinzamelvoertuig
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (artt. 4.1 t/m 4.5, 4.10a, 4.10c en 4.10d)
  • Afdeling 2 hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (artt. 4.11 t/m 4.20)
  • Artikel 4.105 lid 1 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.20c Arboregeling inzake Aanwijzing kankerverwekkend proces:
    Dieselmotoremissies (DME) staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen en processen
  • Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden:
    10 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht per 1 juli 2020

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Verplichte specifieke vervangingsmaatregelen, maatregelen bronaanpak, maatregelen conform de stand van de techniek en aanvullende technische en organisatorische maatregelen met als doel de blootstelling aan DME bij de activiteiten in de afvalbranche te voorkomen, te beperken of tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht en 1,03 µg/m3.
Meer informatie: 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

DME bij gebruik van heftruck

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Geldig tot: 
1 juli 2027
Labels: 
Gezondheid
DME
Beschrijving van het risico: 

In veel bedrijven worden voor de laad- en loshandelingen vorkheftrucks en reachtrucks gebruikt. Deze arbeidsmiddelen rijden alleen in het magazijn, loods, op- of overslaghal rijden of afwisselen dit af met het rijden op het buitenterrein. Voor buitensituaties geldt dat de werkgever een dieselaangedreven hef- of reachtruck moet uitfaseren of schriftelijk onderbouwen waarom vervanging in het specifieke geval niet mogelijk is.
Zie verder de uitgebreide toelichting op het terugbrengen van blootstelling aan DME tot een zo laag mogelijk niveau op: Risicogroep dieselmotoremissies.

Situatie 1

  • De vorkheftruck of reachtruck is elektrisch aangedreven.
  • De goederen worden geladen of gelost met een elektrisch aangedreven bovenloopkraan.
  • De vorkheftruck of reachtruck is aangedreven met waterstof, aardgas of LPG, waarbij de LPG-aangedreven vorkheftruck of reachtruck voorzien is van een katalysator.
  • In overleg met de afzender is het gewicht van de goederen dusdanig verlaagd dat een elektrisch aangedreven vorkheftruck tot 8 ton of een elektrisch aangedreven reachtruck tot 8 ton volstaat.

Maatregelen: geen

Situatie 2

  • De dieselaangedreven vorkheftruck of reachtruck heeft een Stage 3b motor of Tier 4 of hoger.
  • De dieselaangedreven vorkheftruck of reachtruck met een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor is voorzien van een effectief roetfilter.  

Maatregelen bij heftruck of reachtruck tot 8 ton:

  • vervangen heftruck of reachtruck tot 8 ton, waarbij onderstaande toelichting geldt

De vervanging van de heftruck of reachtruck tot 8 ton is afhankelijk van de lastcapaciteit en de leeftijd van het arbeidsmiddel:

  • Heftruck of reachtruck tot 8 ton:
    • verbod op het gebruik in de binnensituaties indien aangeschaft na 1 juli 2020
  • Heftruck of reachtruck tot 4 ton van iedere leeftijd:
    • verplichte vervangingsmaatregel in binnensituatie of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
  • Heftruck of reachtruck tussen 4 en 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW 5 jaar of ouder:
    • verplichte vervanging binnen 6 maanden na bezoek van Inspectie SZW of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
  • Heftruck of reachtruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW jonger dan 5 jaar:
    • verplichte vervanging of definitief weren uit de binnensituatie zodra het arbeidsmiddel 5 jaar of ouder is met een minimum termijn van 6 maanden

Maatregelen bij heftruck of reachtruck meer dan 8 ton:

  • verminderen DME-blootstelling bij gebruik van heftruck vanaf 8 ton
  • alle aanvullende technische maatregelen
  • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Let op: Inspectie SZW zal de vervangingsplicht voor vorkheftrucks en reachtrucks in de toekomst opleggen voor arbeidsmiddelen tot 12 ton, in ieder geval zodra dit technisch haalbaar is. Hiermee moet rekening worden gehouden omdat dit summier in 2020 en uitgebreid in 2019  is gepubliceerd voor zowel binnensituaties als buitensituaties (bron: Basisinspectiemodule Blootstelling aan dieselmotoremissies, 2019).

Situatie 3

De dieselaangedreven hef- en reachtruck heeft een Stage 1, 2 of 3a motor of Tier 1, 2 of 3 motor en is niet voorzien van een effectief roetfilter.

Maatregelen zijn afhankelijk van de lastcapaciteit en de leeftijd van het arbeidsmiddel:

  • Heftruck tot 8 ton:
    • verbod op het gebruik in de binnensituaties indien aangeschaft na 1 juli 2020
  • Heftruck tot 4 ton van iedere leeftijd:
    • verplichte vervangingsmaatregel in binnensituatie of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
    • in de buitensituatie voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen
  • Heftruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW 5 jaar of ouder:
    • zolang vervanging nog niet is gerealiseerd: voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen
    • verplichte vervanging binnen 6 maanden na bezoek van Inspectie SZW of het arbeidsmiddel definitief weren uit de binnensituatie
  • Heftruck 4 tot 8 ton en op het moment van bezoek door Inspectie SZW jonger dan 5 jaar:
    • zolang vervanging nog niet is gerealiseerd: voorzien van effectief roetfilter en andere maatregelen om de blootstelling aan DME zoveel mogelijk te verminderen

    • verplichte vervanging of definitief weren uit de binnensituatie zodra het arbeidsmiddel 5 jaar of ouder is met een minimum termijn van 6 maanden
  • Heftruck meer dan 8 ton:
    • maatregel verminderen DME-blootstelling bij gebruik van heftruck vanaf 8 ton
    • alle aanvullende technische maatregelen
    • alle aanvullende organisatorische maatregelen

Let op: Inspectie SZW zal in de toekomst de vervangingsplicht voor vorkheftrucks en reachtrucks opleggen voor arbeidsmiddelen tot 12 ton, in ieder geval zodra dit technisch haalbaar is. Hiermee moet rekening worden gehouden omdat dit summier in 2020 en uitgebreid in 2019 is gepubliceerd voor zowel binnensituaties als buitensituaties (bron: Basisinspectiemodule Blootstelling aan dieselmotoremissies, 2019).

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 3 Arbowet inzake Arbobeleid
  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Afdeling 1 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Gevaarlijke stoffen (artt. 4.1 t/m 4.5, 4.10a, 4.10c en 4.10d)
  • Afdeling 2 van hoofdstuk 4 Arbobesluit inzake Kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen (artt. 4.11 t/m 4.20)
  • Artikel 4.105 lid 1 Arbobesluit inzake Arbeidsverboden voor gevaarlijke stoffen en biologische agentia
  • Artikel 4.20c Arboregeling inzake Aanwijzing kankerverwekkend proces:
    Dieselmotoremissies (DME) staat op de lijst van kankerverwekkende stoffen en processen
  • Bijlage XIII Arboregeling inzake Wettelijke grenswaarden:
    10 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht per 1 juli 2020

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Verplichte specifieke vervangingsmaatregelen, maatregelen bronaanpak, maatregelen conform de stand van de techniek en aanvullende technische en organisatorische maatregelen met als doel de blootstelling aan DME bij de activiteiten in de afvalbranche te voorkomen, te beperken of tot een zo laag mogelijk niveau terug te brengen.
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m3) lucht en 1,03 µg/m3.
Meer informatie: 
  • Nederlandse Arbeidsinspectie informatie Dieselmotoremissie (DME)
  • Advies Gezondheidsraad 2019: Er is geen veilig blootstellingsniveau aan te geven voor de blootstelling aan roetdeeltjes van dieselmotoremissies. Er is een streefrisiconiveau en een verbodsrisiconiveau afgeleid van respectievelijk 0,011 microgram (µg) respirabele elementaire koolstofdeeltjes per kubieke meter (m³) lucht en 1,03 µg/m³.
  • Op voorstel van sociale partners heeft de Minister SZW besloten om per 1 juli 2020 een wettelijke (publieke) grenswaarde van 10 µg respirabele elementaire koolstofdeeltjes per m³ (10 µg EC/m³) in te voeren. Na 4 jaar zal worden bezien of verlaging van de wettelijke grenswaarde mogelijk is in de richting van de gezondheidskundige streefwaarde.
  • Bedrijven die geconfronteerd worden met haalbaarheidsproblemen dienen in een plan van aanpak aan te geven hoe aan de wettelijke grenswaarde van 10 microgram/m³ wordt voldaan en, zolang de haalbaarheidsproblemen bestaan, op welke wijze tijdelijk beschermende maatregelen worden ingezet.
  • Staatscourant, Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000068933, tot wijziging van Bijlage XIII van de Arbeidsomstandighedenregeling in verband met de invoering van een wettelijke grenswaarde voor dieselmotoremissies
  • EU Richtlijn(EU) 2019/130 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

Winterweer terreinen en installaties

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Werken in koude brengt gevaren voor de gezondheid met zich mee, wat bij buitenwerk op terreinen en bij installaties met name aanwezig is door klimatologische koude. De wetgeving omtrent werken in de kou volgt de algemene structuur van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers hebben de plicht om de gevaren van koudebelasting te identificeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Koudebelasting is de blootstelling van het lichaam aan koude, waardoor er afkoeling van het lichaam plaatsvindt. Dit komt vanuit de externe omgeving. Het kouder worden van het lichaam, is niet per definitie slecht of ongezond. Het lichaam reageert hier zelf op om een stabiele lichaamstemperatuur te handhaven.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 6.1 inzake Temperatuur
  • Artikel 8.1 inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • Norm NVN-ISO/TR 11079:1996 Beoordeling van koude klimaatomstandigheden. Bepaling van de vereiste warmte-isolatie van kleding
Meer informatie: 

Zomerweer terreinen en installaties

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid
Beschrijving van het risico: 

Werken in hitte brengt gevaren voor de gezondheid met zich mee, wat bij buitenwerkzaamheden met name aanwezig is door klimatologische hitte. De wetgeving omtrent werken in hitte volgt de algemene structuur van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgevers hebben de plicht om de risico’s van hittebelasting te identificeren en waar nodig passende maatregelen te treffen.

Hittebelasting is de blootstelling van het lichaam aan warmte, waardoor er opwarming van het lichaam plaatsvindt. Dit kan vanuit de externe omgeving komen (zon, warme machine, invloed van luchtvochtigheid, wind en kleding) of door ontstaan in het lichaam (warmte-productie door het lichaam zelf). Het warm worden van het lichaam, is niet per definitie slecht of ongezond. Het lichaam reageert hier zelf op om een stabiele lichaamstemperatuur te handhaven.

Het effect van hittebelasting is:

  • Hittestress (hinderlijk): effect op de werkprestaties, maar niet op de gezondheid
  • Hitte-uitputting (de grens opzoeken): oververhitting met doorgaans tijdelijke effecten
  • Hitteberoerte (over de grens gaan): oververhitting met mogelijk permanente gevolgen op de gezondheid

Er kan ook sprake zijn van inspanningsgerelateerde belasting. Dit hoeft niet persé in een warme omgeving. Dit kan het hele jaar ontstaan. Denk aan overmatige warmteproductie door zware inspanning, kleding, hoge luchtvochtigheid, en andere factoren.

Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 6.1 inzake Temperatuur
  • Artikel 8.1 inzake Algemene vereisten persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.2 inzake Keuze persoonlijk beschermingsmiddel
  • Artikel 8.3 inzake Beschikbaarheid en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • NEN-EN-ISO 7933:2004 Klimaatomstandigheden - Analytische bepaling en interpretatie van warmtebelasting met behulp van een berekening van de voorspelbare warmtebelasting
  • Bijlage C van norm NEN-ISO 7933:2004 Klimaatomstandigheden - Analytische bepaling en interpretatie van warmtebelasting met behulp van een berekening van de voorspelbare warmtebelasting
Meer informatie: 

Openbare weg

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
veiligheid
Beschrijving van het risico: 

Bij afvalinzameling en rioleringsbeheer hebben medewerkers, als zij zich van de ene naar de andere locatie verplaatsen, te maken met de ‘normale’ verkeersrisico’s. Tijdens het inzamelen van afval of de uitvoering van rioleringsbeheer zijn de risico’s door het verkeer groter als geen voorzorgsmaatregel zijn genomen. Om de werkzaamheden veilig te kunnen uitvoeren is het soms nodig een wagen zo op te stellen dat het verkeer daardoor gehinderd wordt. Verkeer zal moeite doen om bij weinig ruimte toch te passeren, terwijl medewerkers om de wagen lopen.
Inzamel- en rioolwerkzaamheden kunnen aanzienlijke risico's opleveren voor voetgangers en personen die bij de werkzaamheden komen, kijken zoals kinderen. Dit geldt in het bijzonder als rioolputten geopend zijn of ondergrondse containers geleegd worden.
De gevolgen van een aanrijding kunnen beperkt blijven tot materiële schade, maar een aanrijding kan ook tot ernstige verwondingen of zelfs overlijden leiden.

Wet- en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 10 Arbowet inzake Voorkomen van gevaar voor derden.

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke 

  • Wegenverkeerswet 
  • Wegwerkzaamheden op en langs snelwegen – Werk in Uitvoering Pakket 96a van CROW 
  • Wegwerkzaamheden op en langs niet-snelwegen – Werk in Uitvoering Pakket 96b van CROW
  • Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd in opdracht van een gemeente, dan geeft de opdrachtgever doorgaans aan welke voorschriften gelden op de werklocatie(s) en moeten de uitvoerders zich aan deze voorschriften houden. Medewerkers ontvangen van hun leidinggevende informatie over het veiligheidsplan. Zij moeten altijd vragen naar het veiligheidsplan indien onduidelijkheden bestaan.
Meer informatie: 

Luchttemperaturen boven 32 graden

Maatregeltype / statusstempel: 
Goedgekeurd door de Nederlandse Arbeidsinspectie
Maatregeltype / statusstempel
Labels: 
Gezondheid

In de afvalbranche zijn een tweetal situaties waarin meestal een zo hoge temperatuur heerst dat gezondheidsrisico’s optreden als de ruimte zonder maatregelen wordt betreden. In de eerste plaats is dit het geval bij het werken in de nabijheid van de ovens van afvalenergiecentrales. Langdurige blootstelling komt met name voor bij onderhouds- en revisiewerkzaamheden. Voorbeelden hiervan zijn de steigerbouw in de ketel alsmede het stralen en reinigen van inwendige delen van de ketel en rookgasreinigingkanalen.
Daarnaast vindt compostering plaats onder extreme condities waarbij zowel een hoge luchttemperatuur als een hoge luchtvochtigheid ontstaan. Blootstelling aan hoge temperaturen komt voornamelijk voor wanneer medewerkers bij storingen de installatie betreden om deze te verhelpen. Bij gewoon onderhoud is de bronaanpak mogelijk: afkoelen alvorens de ruimte te betreden.

Beschrijving van het risico: 

Blootstelling aan te hoge temperaturen leidt tot problemen met de gezondheid van huiduitslag tot hitteberoerte. Van thermische belasting hebben zelfs jonge mensen en personen met een goede fysieke conditie last. Voor bepaalde risicogroepen zijn hoge temperaturen gevaarlijk. Risicogroepen zijn bijvoorbeeld zwangere vrouwen, mensen met een longaandoening zoals CARA, mensen met een hartaandoening en personen die bepaalde medicijnen gebruiken tegen o.m. hoge bloeddruk.

  • Bij luchttemperaturen vanaf 32 ºC treden de eerste gezondheidsklachten op en gaat het lichaam merkbaar minder goed functioneren: van verminderde concentratie tot hoofdpijn en soms flauwvallen
  • Vanaf circa 35 ºC, bij een luchtvochtigheid van 50% of hoger, lopen werknemers en andere mensen een zeer reële kans op hittestress indien ze grote lichamelijke inspanningen plegen
  • Bij luchttemperaturen van 40 ºC of hoger bestaat een onaanvaardbaar risico voor ernstige gezondheidsproblemen
  • De combinatie van hitte en vocht stelt hoge eisen aan hart en bloedvaten. Gevolgen van te grote hitte kunnen variëren van huidaandoeningen tot een hitteberoerte
  • Door teruglopend concentratievermogen de kans op ongelukken toe. Voor bepaalde beroepen houdt dit grote risico’s in. Risicogroepen: extra last van de warmte kunnen hebben: zwangere vrouwen, mensen met longaandoeningen (CARA), mensen met hartaandoeningen en personen die medicijnen tegen onder meer hoge bloeddruk gebruiken.
Wet en regelgeving: 

Arbeidsomstandighedenwet

  • Artikel 5 Arbowet inzake Inventarisatie en evaluatie van risico's
  • Artikel 8 Arbowet inzake Voorlichting en onderricht

Arbeidsomstandighedenbesluit en -regeling

  • Artikel 6.1 Arbobesluit inzake Temperatuur

Overige regelgeving, normen, richtlijnen en dergelijke

  • EU-richtlijn Hitte op het werk
  • Hoe zwaar werken in hitte is, hangt niet alleen af van de temperatuur. Ook luchtvochtigheid, stralingswarmte en luchtsnelheid bepalen de zwaarte van het werk. Daarom is voor een degelijke beoordeling van thermische belasting een klassieke thermometer onvoldoende. Er zijn geen eenvoudige wettelijke normen die aangeven hoe lang bij welke temperaturen mag worden gewerkt. Hier is specifieke deskundigheid vereist
  • Voor een degelijke beoordeling van thermische belasting bij afvalverbrandingsinstallaties, waarbij sprake is van stralingswarmte, is een klassieke thermometer onvoldoende. Hier is specifieke deskundigheid vereist. Bij composteerinstallaties is in het algemeen een klassieke thermometer voldoende. Het beoordelen van extreme temperaturen van de buitenlucht gebruikt men NEN-EN-ISO 7933:2004 Klimaatomstandigheden - Analytische bepaling en interpretatie van warmtebelasting met behulp van een berekening van de voorspelbare warmtebelasting
  • Het meten van temperaturen en het beoordelen van de hittebelasting door hittebronnen gebeurt met behulp van de zogenoemde WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature) volgens de NEN-ISO 7243:1989. Daarbij wordt de temperatuur gemeten met een nattebolthermometer en wordt de relatieve luchtvochtigheid bepaald. Op basis van standaardtabellen wordt vervolgens de hittebelasting bepaald. Voor de binnen- en buitenomstandigheden, met beschutting tegen direct zonlicht, wordt de WBGT-index berekend met behulp van de volgende formule: WBGT = (0,3 x boltemperatuur) + (0,7 x temperatuur van de natuurlijk natte thermometer)
  • Alleen een deskundige, bijvoorbeeld een arbeidshygiënist, kan deze beoordeling voor structurele situaties uitvoeren
  • Tijdelijke (extra) maatregelen voor het werken bij zeer hoge temperaturen, zijn alleen toegestaan in situaties met extreem hoge temperaturen die niet permanent optreden, zoals bijvoorbeeld een hittegolf 
Meer informatie: 

Pagina's